De Grens – deel 1

De Grens, deel 1 van 4
 

De Grens – deel 1

 

 
Elk jaar in juni kom ik naar Noordpolderzijl.
Al twintig jaar.
Welke dag van de maand het is, maakt me niet uit, als het maar hetzelfde weer is als toen.
Ik sta op de dijk, kijk uit over het wad, en denk aan hoe het begon. Wat een verhaal.
Ik draai me om en kijk de polder in. Onderaan de dijk staat de sluiswachterswoning.
Ik denk aan hoe het eindigde.
 
De herinnering aan de tijd tussen begin en eind is de moeite waard. De moeite van de reis vanuit Delft.
Ik wend me tot het wad.
Hier stond ik twintig jaar geleden, de lage zomerzon in m’n nek.
Opkomende vloed. Springvloed. De laatste wadwandelaars stonden beneden aan de dijk te kwetteren terwijl ze hun zwart beslikte benen afspoelden.
Ik hurkte op één knie, m’n elleboog steunend op de ander. Een hand onder het zware tele-zoom objectief.
Ik liet de zoeker over de eilanden gaan.
Je weet dat afdrukken zinloos is. Noordpolderzijl laat zich niet vangen in beelden.
Juist op het moment dat ik de lens liet zakken, schitterde er iets in de zoeker. Ik tilde de lens op en speurde het onderlopende land af.
 
Waarom moet je beginnen met: “Heeft iemand hier m’n…”, voordat je kunt zeggen: “Oh, laat maar, ik zie ‘em al.” ?
Waarom moet je tegen jezelf zeggen: “Het zal wel niets zijn geweest…”, voordat je haar pontificaal in beeld krijgt?
 
Een vrouw in een rolstoel.
 
Van de weeromstuit drukte ik een paar keer af. Naar later bleek de enige foto’s die ik van haar maakte.
Een vrouw in een rolstoel, midden op het wad, bij opkomend tij. Springtij.
Het chroom van de velgen weerkaatste het licht van de ondergaande zon. Het water stond al tot aan haar voetsteun.
Hoe was ze daar in godsnaam terecht gekomen? En wat deed ze daar, midden op het wad?
 
Zoekend keek ik over m’n schouder. De wadlopers waren vertrokken, in de verte zag ik een auto in de richting van de bewoonde wereld verdwijnen. Het cafe-terras bij de sluiswachterswoning was even verlaten als toen ik een halfuurtje geleden aan de deur van het kroegje morrelde. Dicht.
Ik had m’n hand boven m’n ogen tegen het glas gedrukt, om naar binnen te kunnen kijken. Het bordje met aan de ene kant OPEN, en aan de andere kant GESLOTEN, dat normaal gesproken voor het raam bij de deur hangt, lag op een tafeltje; op een pluchen tafelkleed.
 
“Dit kan niet waar zijn”, schoot het door me heen. Ik had het gevoel dat ik in een verhaal terecht gekomen was. Haar verhaal?
‘Brommer op zee’ was het enige wat me te binnen schoot. J.M.A Biesheuvel:
“Ben je nooit bang te verdrinken?” Welnee, antwoordde de man. Het is de wijze waarop men stuurt, daar zit het hem in, en steeds voorzichtig gas bijgeven natuurlijk en gas terugnemen. Een hoge golf bijvoorbeeld moet je nooit met te grote snelheid nemen, anders wordt de zijkant van de banden nat, en als dat eenmaal gebeurd is, is het einde zoek.”
 
“Dit gaat héél zwaar worden”, dacht ik nog… “Als ik bij haar ben, zit ze al tot haar assen in de klei.”
 
Ik rende de dijk af in de richting van het wad. Al rennend probeerde ik de lensdop op de camera te klikken. Ik liet ‘em uit m’n vingers glippen. De dop rolde naast me de helling af.
“Die pak ik straks wel”, dacht ik nog. Maar twintig jaar later heb ik ‘em nog steeds niet gevonden.
Wat moest ik met die camera? Ik legde ‘em onderaan de dijk, rukte schoenen en sokken van mijn voeten en rende het wad op.
M’n schoenen had ik beter aan kunnen houden, al na een paar passen haalde ik m’n voeten open aan de zilte begroeiing. Ik was blij het slik te bereiken.
Na een paar honderd meter stond ik stil. Ik keek om me heen. Waar was ze?
Haar silhouet stak af tegen de ondergaande zon. Impression soleil couchant.
Ik was halverwege. M’n broekspijpen waren zwaar van de klei. Ik trok m’n broek uit en sloeg de natte pijpen over m’n schouders.
Ik waadde verder. Het water was eigenlijk heel aangenaam van temperatuur. Zou ze onderkoeld zijn? Hoe lang zat ze hier al? Ik had haar nog niet zien bewegen, niet door m’n telelens, en ook nu niet, in de late schemering.
Toen ik een meter of vijftig van haar vandaan was, hoorde ze me aankomen.
Even keek ze om. Het leek of ze haar schouders ophaalde. Daarna keek ze weer roerloos in de richting van de ondergaande zon.
 
Daar zat ze, tot haar enkels in het water, een heldere, zeegroene plaid over haar knieen gedrapeerd.
Atletisch lichaam. Bovenlichaam. Zou ze rolstoeltennisster zijn? Of marathon-rolstoelster?
Ze sloeg haar oge
n op, en keek me aan. Fel blauw-grijs-groene ogen. Dezelfde kleuren als haar deken. De kleuren van een zee. Maar niet de Waddenzee.

 
“Je mag me nooit vragen wat ik hier deed.”
“OK…”, zei ik. “Mag ik wel vragen hoe je heet?”
“Ik heet Madison.”
“En waar woon je?”
“Ik woon achter de dijk.”
“Wil je naar huis?”
“Ja, ik wil naar huis. Meer dan je ooit zal beseffen.”
 
Haar rolstoel zat onder water zuigend vast in de klei.
“Als jij  trekt, dan draai ik aan de wielen”, zei ze.
Ik zakte tot m’n kuiten in het slik, maar er kwam beweging in haar rolstoel.
Ik baggerde door de klei, haar achterovergekantelde rolstoel achter me aan slepend.
Met lange halen draaide ze de velgen uit de klei. Een rolstoel in z’n achteruit.
Toen we na een half uur uiteindelijk de dijk bereikten, bleek het water ons voor te zijn geweest.
Ik was uitgeput. Ze keek me minzaam aan.
“Glaasje wijn?”, vroeg ze
Ik liep naar de plek waar ik m’n camera had achtergelaten.
“Graag”, zei ik, terwijl ik m’n camera en schoenen in haar schoot legde.
Ik reed haar rolstoel in de richting van de helling die schuin in het dijklichaam snijdt.
“Woon je hier in het Sluishuis?”
 
“Ja, ik woon er, en ik werk er.”
Het was haar kroeg dus. ’s zomers baatte ze het terras bij de oude sluiswachterswoning uit.
Wat ze ’s winters deed heb ik haar nooit gevraagd.
 
Ik duwde haar rolstoel de helling op. Ik was moe, en m’n voeten deden zeer.
Het ging haar kennelijk niet snel genoeg, want halverwege ging ze er vandoor.
Met felle armbewegingen stuwde ze haar rolstoel omhoog. Wat een macht…
Boven gekomen keken we samen naar de volle maan die zich juist had losgemaakt van het Groningse land.
“Sport je?”, vroeg ik, doelend op haar gespierde bovenarmen.
“Nee, ik werk in de horeca. Dat is ook topsport.”
Ze gaf een zwiep aan de wielen en reed met doodsverachting de dijk af, de polder in, het terras op.
 “Rood?”, riep ze me na.
 
Ik liep met voorzichtige passen, de dijk af.
De deur naar het terras stond open, binnen brandde licht.
Ik ging aan een van de terrastafeltjes zitten, en hing m’n natte broek over een stoeltje.
Ze kwam naar buiten gerold, een schone droge deken over haar knieën. Twee glazen en een fles rode wijn in haar schoot. Ze legde een kurkentrekker op tafel.
“Maak jij ‘em open?”, zei ze, en reed weer naar binnen. Ze kwam terug met een kistje vol waxine lichtjes en een aansteker.
Kaarslicht, maanlicht, rode wijn, krekels.
We spraken weinig, dat hoefde ook niet. Ze masseerde mijn pijnlijke voeten. M’n vermoeide voeten in haar schoot. Een heerlijk loom gevoel maakte zich van me meester.
“Ik ga naar bed”, zei ze, na de tweede fles.
Je kunt boven slapen als je wilt, op zolder. Ik ben de trap nooit op geweest, maar het schijnt een knusse kamer te zijn.”
“Waar slaap jij dan?”, vroeg ik.
“Ik heb de bijkeuken ingericht als slaapkamer, ik rijd zo m’n bed in.”
“Slaap lekker”, zei ik op de trap. “Slaap lekker”, zei ze.
 
Ik ben niet meer weggegaan. Nou ja, ik ging wel weg, naar m’n werk, op pad, de stad in.
Maar de hele zomer sliep ik op zolder, boven de bijkeuken.
 
 
 
 
 
 

This entry was posted in VKblog and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

3 Responses to De Grens – deel 1

  1. Wille says:

    meer! meer! meer!
    das Meer?
    of gewoon meer…

  2. spuit 11 says:

    Kan niet beschrijven wat je verhaal met me doet
    zo mooi !!!
    dank je 🙂
    Een verlaat verjaardagscadeautje, de woensdag erop is mijn geboortedag.

  3. Vogel-vrij says:

    @spuit 11
    Dank je wel, leuk om te horen..
    En nog gefeliciteerd:-)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s