How I met Helga – Wie ich die Helga entgegnet habe – deel 5 [slot]

Ik liet de telefoon overgaan. Keer op keer.
Zou ik het verkeerde nummer gedraaid hebben?
Ik bewoog de haak naar beneden en verbrak de verbinding.
M’n muntenverzameling viel klaterend in het retourbakje.
Een voor een wurmde ik de bronzen muntjes achter het klepje vandaan.
Het muntje dat me het dierbaarst was stak ik in m’n zak.

De rest van de collectie gooide ik opnieuw in de gleuf, en ik herhaalde het ritueel van draaien en terug laten draaien. De kiesschijf reutelde in mijn oor.

De telefoon werd opgenomen.
‘Allo, Ik bin die Helga, wie heißest du?’
‘Hallo Helga, es ist mir.’
‘Hoe komt u aan dit nummer?’
‘Ik ben het, ik ben vandaag jarig. We hebben vannacht gesproken over je kijker. Ik zou je vandaag terugbellen.’
‘O ja, ik weet het weer.’

‘Heb je erover nagedacht?’
‘Waarover?’
‘Of ik door je kijker mag kijken.’

‘Nee, eigenlijk heb ik er nog niet over nagedacht. Je belt me wakker.’
‘Oh. Zal ik je dan later terugbellen?’
‘Eh, nee. Nee, dat hoeft niet hoor. Maar ik ga wel even eerst wat koffie halen.’
‘Oke.’

Helga legde de hoorn neer. Ik hoorde gestommel en het geluid van een wegsloffende vrouw.
Het werd stil. De stilte werd slechts verbroken door het geluid van vallende muntjes.
Het ging nu wel heel snel met m’n voorraad.
Zou ik ze misschien te klein gevijld hebben? Zag het toestel ze aan voor dubbeltjes?
Of had ik er misschien juist niet genoeg afgehaald hebben? Stuivers?

Ik hoorde Helga de kamer binnenkomen.
‘Ik heb de kijker gelijk even uit z’n doos gehaald, zei ze.’ ‘Jannes war es, nicht?’
‘Ja dat klopt, dat heb je goed onthouden.
‘Danke, ik ben heel goed met namen. De kijker is een Zeiss, uit Jena.’
‘Wow, een echte Jena.’
‘Oh, wacht even, ik ben de suiker vergeten.’

‘Hoe gebruik jij je koffie?’
‘Ik heb hier geen koffie in m’n telefooncel..’
Nee, dat snap ik. Maar thuis? Of op de boulevard?
‘Zwart. Schwarz, Helga. Mag ik door je kijker kijken?

‘Ik weet het niet Jannes, het is nogal privé, zo’n kijker.’
‘Dat snap ik.’
‘Hoeveel muntjes heb je nog? ‘
‘Nog eentje. In m’n zak.’
‘Oke. Gooi maar op.’
‘Nu?’
‘Ja, nu. Als het kop is, dan is het schade aber leider.’
‘Maar als het munt is, mag je vanavond door m’n Zeiss kijken.’

Ik haalde het muntje uit m’n zak.
Brons.
Romeins.
Met de beeltenissen van de god Janus.

Advertisements
This entry was posted in Verhalen in delen. Bookmark the permalink.

38 Responses to How I met Helga – Wie ich die Helga entgegnet habe – deel 5 [slot]

  1. kuifjesimon says:

    Goed je weer te lezen !!

  2. Was dat dezelfde Janus die weken nummer één stond met: “Pak me nog een keer” ?

    Welcome back ?

  3. Aad Verbaast says:

    Laat ik nou net eergisteren nog gedacht hebben “waar is die Vogelvrij toch gebleven”? En meteen zie ik je met klinkende munt weer voorbijkomen!
    Goed gedaan.

    • Vogel-vrij says:

      @Aad
      Tja, het was een dubbeltje op z’n kant, maar de ‘slot’-machine heeft z’n werk gedaan.
      Dank je.
      Nu dit verhaal is afgerond, staat niets een nieuw Kerstverhaal meer in de weg…

  4. rockade says:

    Tjee, iemand van de zweedse school, ik wist niet dat ze nog bestonden.

    Ik herinner me de droogte nog van 1837, ik herinner me nog de groepsinentingen op de basisschool, ik herinner me de doos met ‘ Caran d’Ache’, ik herinner me de in drieën gesneden bananen terwijl we met zijn tweeën waren, ik herinner me meneer van der Loos met zijn vilten gleufhoed, ik herinner me lijn 63 naar het Hartenveldplein, ik herinner me nog goed de suikerspinnen op de kermis en stomerij ‘de witte neus’. Ik herinner me de leren gereedschapszakken, de patroonhulzen met de bebloede haas.
    Ik herinner me zelfs nog een of meer chaotische enumeraties, Krapotkin die het deed met Nabokov. Architectonische perspectieftekeningen van het curiositeitenkabinet, de wandplaat van de schildluis in groep 8.

    Maar iemand van de zweedse school, ik wist niet dat ze nog bestonden.

    • Vogel-vrij says:

      @rockade
      Nils Holgerssons underbara resa genom Sverige, roman av Selma Lagerlöf, utgiven i två delar 1906-1907. Boken var ursprungligen skriven som läsebok i svensk geografi, och handlar om Nils Holgersson, en pojke som blir förvandlad till en pyssling och som på ryggen av en gås får resa genom hela Sverige. Trots att den var tänkt som läsebok i inrikesgeografi har boken översatts till många språk. Boken var även den svenska barnbok som, ända tills Astrid Lindgrens stora succé Pippi Långstrump översatts till flest språk, över 60 stycken.[1]
      Nils på gåskarlens rygg är en välkänd bild, som ger de flesta associationer till denna bok. Resan började enligt historien 20 mars år 1898 och Nils kom hem till Västra Vemmenhög den 8 november samma år. Gåskarlen heter Mårten och är en vit tamgås som bestämmer sig för att slå följe med de grå vildgässen, en biologisk märklighet som noterats vid olika tillfällen.[2] Ledargåsen heter Akka, med namn av det lappländska bergsmassivet.

  5. svara says:

    eindelijk
    daar is ie weer
    groet je!

  6. Wille says:

    terug van weg geweest? goed je te lezen!
    janus met de twee gezichten, mooi.

  7. Mooi eind, met 2 gezichten!

  8. daan says:

    je lijkt goddomme Plassterk wel

  9. manraint says:

    Mijn god, ik ben blij dat ik weet wie je bent. In mijn familie zijn ze allemaal behoorlijk van ik ben beter, ik heb me daar mijn hele leven tegen moeten verzetten met daden die niet gezien werden. Hoewel mijn moeder zegt dat ik altijd op de sp stem en dat was juist net weer slechts 1 keertje.
    Mijn broertje spant in deze houding echt wel de kroon. Hij woont vlakbij mijn moeder maar gaat er zelden heen en als hij gaat dan maar voor 5 minuten want hij heeft het altijd druk met interessante zaken die hij niet heeft. Nu mijn moeder bv gister bevroren was en dacht de ze dood ging, wat achteraf een migraine bleek, belt mijn broertje mij om te vragen of ik even de zusjes wil optrommelen voor de nachtdiensten. Hij doet daar zelf niet aan mee, dat vrouwenwerk en mijn schoonzusje laat zich helemaal nooit zien maar daar kom ik misschien nog op terug. Mijn broertje belde me gister toen hij was opgetrommeld door mijn moeder haar rode alarmknopje en zei dat hij nu uren op de dokter moest gaan wachten en dat mijn moeder zei als je wilt weten wat ik heb dan bel je virginie maar.
    Ik heb net gebeld. Mijn knufzusje heeft er geslapen en mijn moeder is alweer behoorlijk opgeknapt. Dat van dat bevroren zijn, gold alleen haar voeten, prikkelingen waar ze wel vaker last van heeft. Tegen mij zij ze gister dat het vanuit haar handen kwam. Straks gaat mijn verhalenvertelzusje er heen, waarschijnlijk kom ik niet meer aan de beurt, want ik was er tenslotte al als eerste van de rij op woensdag, hoewel dat wel weer gewoon mijn beurt was. En zaterdag hebben we een borrel van de boezemvriend van frans, die van de expositie, waar ik helemaal geen zin in heb (Benabar), ik heb geen zin in beleefdheidspraat bij zijn vrienden, zit liever met hem thuis op de bank. Ik vond het net wel weer prettig dat ik zaterdag weer moederbeurt zou hebben.

  10. manraint says:

    Mijn moeder is 97 en als de dood voor het alleen dood gaan, ik vroeg haar woensdag of ze er nou nooit eens genoeg van had en ze antwoordde dat ze alleen maar dood wilde als al haar kinderen met haar meegingen. Gister zei mijn broertje, het gaat weer prima met haar want ze roept de hele tijd dat ze dood gaat, als vanouds dus. Mijn knufzusje zei net dat mijn moeder gister al om 8 uur, pilloos, was gaan slapen en om 1 uur wakker werd. Toen ging ze dood maar dat zegt ze altijd, pas toen nam ze haar slaappil want zonder slaappil kan ze nog geen 10 minuten slapen. En ze zei, 1 pilletje want als ik er twee neem ga ik dood. Ik zei, en gaf je haar 2 pilletjes? maar zoiets doet een knufzus niet.
    Ik ben thuis altijd heel erg de jongste, mijn nichtjes werden altijd virginie genoemd, een naam die schijnbaar hoort bij klein meisje. Mijn nichtje heeft daar altijd behoorlijk last van, mijn zusje was zwanger van haar toen wij trouwde, ik heb een hele goede band met haar maar ik fake altijd een beetje dat ik het ook heel erg vind dat mijn zusje haar virginie noemt. Dit nichtje struggelt met ivf enzo, is al jaren bezig met heel veel leed. Haar vriend komt uit Veenwouden, een dorpje ten oosten van leeuwarden waar wij woonden toen we geen kinderen konden krijgen en drie straten verder deze leuke knul werd verwekt. Raar dat het bij ons nooit zo’n punt is geweest mijn oudste zusje heeft ook geen kinderen, ik heb haar er nooit over gehoord en we hebben het er ook amper over gehad. De dochter van mijn broer lukte het aanvankelijk ook niet om zwanger te worden, bij die onderzoeken bleek dat ze een pacemaker moest hebben en al vrij snel daarna werd ze zwanger.

  11. manraint says:

    Mijn zusjes zijn 8 en 9 jaar ouder als ik, eentje was vroeger uit beeld, de ander een moedertje. Eigenlijk had ik dus alleen maar een broertje naast mij. We konden het heel goed vinden maar met veel pesterijtjes. Mijn moeder was erg van de vormelijkheid en mijn broertje ging dan aan tafel met zijn mond open zitten eten zodat mijn moeder het niet zag en gaf mij dan een schop onder tafel, dan ging ik dat natuurlijk terug zitten doen en kreeg op mijn donder. Hoewel dat op je donder krijgen ook wel weer reuze meeviel bij ons thuis, meestal kreeg de oudste de schuld. Mijn broertje is 5 jaar ouder dan ik, ik mocht wel achterop bij hem op de puch, dan crosste we door de paadjes die achter de huizen liepen. Na de kerk mochten we ons eigen ei maken, ik zou niet weten wat de rest deed maar reinier en ik deden er altijd meel bij voor een pannenkoek, dan heb je lekker veel. Mijn broertje is 64 maar als ik broer zeg lijkt het of ik het over een ander heb, shit.
    Met mijn zusjes liep ik het pieterpad, ik dacht leuk eens diepzinnige gesprekken te voeren maar we hadden het alleen maar over eten, elke poging van mijn kant werd genegeerd. Eens sliepen we in een b&b en daar logeerde een man die dacht dat we nonnen waren omdat mijn zusje op een lachende toon gezegd had dat we zusters waren. We begonnen in Groningen, als we moe waren deden we gewoon een stukje met de bus, we hebben vreselijke lol gehad, de laatste etappe hebben we nooit bereikt maar in de voorlaatste ergens in limburg had ik een hotelletje geregeld tegenover het station, het was vol, de eigenaar heeft toen omdat hij zich schuldig voelde een kamer voor ons geregeld in een groot heleboel sterrenhotel, hij betaalde, maar daar was het ook vol en toen mochten we voor een gewone kamerprijs in de bruidsuite slapen, komisch natuurlijk zo’ n bruiloft met mijn zusjes, mijn broertje was er niet bij.

  12. manraint says:

    Mijn oudste zusje was het eerst het huis uit, ze woonde op kamers in Rotterdam, ze werkte bij pakhoed. De eerste keer dat ik met de trein ging, alleen of überhaupt, haalde ze me met haar solex af van het station. We moesten eerst wat bij haar hospita drinken, ze vroeg me of ik limonade wilde, ik was misschien 10, ik kreeg een groot limonadeglas vol bessenjenever. Ik dronk het op. Ik was stomdronken en al zwieberend werd ik achter op de solex weer bij het station afgezet.

  13. manraint says:

    Als jongste zit je altijd op de grond als er thuis wat te vieren was, de stoelen bezet en ik kroop altijd op de grond, het jongste zusje van mijn vader waar we zo gek op waren zat ook altijd op de grond. Wij eten vaak bij Matthijs, frans en saul op de grond en ik hangend op de bank. Frans zit trouwens graag op de grond, zijn ome dik heeft in den haag nog bij ons in huis gewoond, hij zou een badkamer maken maar zat altijd in de kroeg, hij had zelf ook altijd een kroeg gehad maar die gingen altijd failliet omdat hij vergat de belasting te betalen, ik heb wel bij hem staan tappen in de zoutmanstraat, een gouden kerel, gaf meer weg dan dat hij had. Dat was aan de laan copes. Frans ging een praktijk beginnen op de begane grond van de grote klerenkast. Kosmetische chirurgie, meneer de wit heeft het zaakje beneden verbouwd maar we hadden vergeten een vergunning aan te vragen want het geld was op en we hadden haast. Rijd er elke dag een ambtenaar met zijn broodtrommel achterop naar het stadhuis, dat bij ons in de straat lag, en die zag allemaal van die autootjes staan en toen is hij gaan kijken of we wel een vergunning hadden en toen werd de bouw stilgezet maar gelukkig had meneer de wit een broer die architect was en toen was het zaakje zo weer voor elkaar. Die praktijk is nooit veel geworden, we waren niet van het reclame maken hoewel hij wel wat beroemde klanten had, moest hij toch wat bijschnabbelen als dermatoloog in delft.
    Op de eerste verdieping was een piepklein keukentje met een douche, verder wel twee grote kamers en een zonnige serre. die uitkeek op de ommuurde kleine tuin. Toen de vorige bewoner daar wegging, een advocaat met een tweede jonge vrouw en een baby lag het hele schuurtje tot de nok toe vol met poepluiers en in het keldertje dozen vol papieren van zaken en ook dozen verroeste spijkers die hier nog steeds in de schuur staan.
    Boven deed ik verder alles zelf schilderen en behangen maar we hadden geen badkamer en die kwam ome dik maken, die elke morgen om 7 uur thuiskwam en de sleutel was vergeten. Het was een gezellige tijd, ik ging zelf ook wel naar de kroeg waar hij altijd zat. Op de zolder heeft ook nog een jaartje Esther gewoond, de dochter van mijn nichtje die een opleiding deed in Clingendael, we keken elke avond naar van die vreemde tv, de hele reeks van het a team heb ik toen gezien, niks aan maar met een borrel en met haar was het gezellig. Ook herinner ik me van die chinese films die ik anders nooit gezien zou hebben.

  14. manraint says:

    Met haar ging ik wel naar de kroegen op de Denneweg, vlak achter ons. Frans had eens een boer uit Friesland voor een haartransplantatie. Een zijstraat was de straat waar de film Eline Vere werd opgenomen daar had hij ‘s morgens vroeg zijn auto neergezet. Ik vertelde hem dat dat de filmset was en ik kreeg de sleutel op een nieuw plekje te zoeken. Er reden allemaal koetsjes door de straat met uitgedoste acteurs en een verontwaardigde regisseur dat er een grote mercedes op zijn set staat. Ik doe de deur open en er vliegen eerst wel honderd vliegen uit. Een komische situatie, mijn film was toen al veel leuker dan het depressieve leven van Eline Vere.

  15. manraint says:

    Even terug naar de hal van de rijksstraatweg, mijn vader en mijn broertje zitten aan weerszijden naast de haard. Mijn leven loopt niet zo lekker want ik heb een minderwaardigheidscomplex van al die mislukte studies en van nature, ik was eind in de 20 toen ik bedacht dat ik dan nog maar eens een studie moest beginnne om dat wat op te krikken. We woonden in Veenwouden, ons eerste huis wat mijn vader en de goede pronk had helpen inrichten was het was het enige huis wat nieuw was toen ik er kwam wonen, de enige nieuwe keuken ooit ook. Ik kom in de hal en vertel dat ik rechten ging studeren, mijn vader zal wel geglimlacht hebben maar mijn broertje lag in een deuk, dat kon ik toch niet. Dat was voor de rest van de komende 7 jaren alweer genoeg om door te zetten. Na het veenwouden debacle, waar frans bedrijfsarts werd toen de poging om naar farnkrijk te verkassen mislukt was, heeft hij een half jaar interne gedaan in alkmaar en hebben we bij mijn verhalenvertelster in huis gewoond. Zij werkten toen alle drie, ik studeerde slechts dus zorgde voor het eten en de hele avond deden we spelletjes. Als frans nachtdienst had lagen we op de grond in de kamer bij de telefoon.
    Daarna werd het Groningen, voor frans dermatologie, voor mij de centrale directie van de PTT en mijn studie nog steeds. Bij de PTT zaten alleen maar mannen en ik had er een gouden tijd. ik werkte bij een sociaal demograaf, in de kamer ernaast zaten programmeurs, allemaal mannen net iets ouder dan ik. Het was weer als op de klik. We zaten de hele dag te klaverjassen. Mijn taak, die er eigenlijk niet was bestond uit het letterlijk in kaart brengen van het vervoer van de kantoorgangers naar ons gebouw. Mijn baas jan, woonde ergens in tweede exloermond en deed een metselcursus om zijn eigen garage te bouwen, zijn vrouw woonde werkte aan de kassa bij de gamma en kinderen krijgen wilde niet vlotten, dat werd later ook adopteren. In den haag heb ik ook veel baantjes gehad, toen we in leiden woonde, vaak alleen maar om een plaats bezet te houden, langere tijd werkte ik bij 3m in de reclame, en bij aktie68 als intercedente, terugkijkend allemaal leuk behalve dan de lopende band bij Bols, vooral de paarse parfait d’amour daar werd je tureluur van en de lopende band bij astra waar de pillen veel te hard voorbijsnelde zodat je af en toe een armpje vol op de grond schoof. De studie ging langzaam, uiteindelijk verhuisden we naar Uden waar frans samen met dik een praktijk ging bouwen, als het maar buiten het ziekenhuis was want daar moet je een prullenbak in drievoud aanvragen en daar waren deze jongens allergisch voor. Na een jaartje niksdoen bij de dames van de vvv en soms in de praktijk waar ik tegen mannen moest zeggen kleed u maar uit, voor wat plakproefjes voor pof tegen allergie, gelukkig deed de vrouw van dik dat altijd, waarom weet ik niet want er werkten meisjes zat, heb ik toen toch maar een scriptie in elkaar geflansd en mijn studie afgerond. Er gebeurde niet wat ik 7 jaar geleden gehoopt had, mijn minderwaardigheidscomplex was nog in takt. Enige overwinning op mijn broertje heb ik nauwelijks bemerkt. Mijn schoonzusje deed het andersom, ze had een kind gekregen, stalde dat bij de buurvrouw en ging rechten studeren maar ondanks verwoede pogingen van mijn broertje om het zaakje uit te leggen liep het na jaren op niets uit.

  16. manraint says:

    In den haag had mijn broertje bij een vriendje een baan voor mij geregeld, het vriendje was advocaat met een grote babbel en ook gaf hij les aan de hoge school. Er was iemand depressief, ik kon dat baantje overnemen. Inleiding recht, de oudste zoon van mijn knuf zus heet albert naar mijn vader en is mijn petekind, hij was daar toen net eerste jaars, hij woonde bij mijn broertje en kreeg les van mij. Ik vond het vreselijk, ik kon mij geen houding geven als juf en was ook op slag alles vergeten als ik daar stond. Iemand die vroeg wat constitutioneel was, wist ik niet meer. In de pauze liep ik dan met mijn petekind daar door de straat want de lerarenkamer was verstikkend, en hij legde me dan uit hoe ik het aan moest pakken. Uiteindelijk vond ik een excuus, ik ging thuis achter de receptie in de niet lopende praktijk van frans.

  17. manraint says:

    Tegenover ons op de laan copes huisvestte mijn broertje zijn kantoor. Of eigenlijk meer het kantoor van zijn maat, een man met een grote mond, grote auto, groot huis deed in deftig antiek en juwelen net zoals mijn schoonzusje dacht te doen. Heel soms komt hij een wiskietje halen, altijd 5 minuten, altijd haast. Hij ging wel altijd mee op wintersport, want dat was voor mijn schoonzusje te koud. De draad begint weer te verslijten. Demannen in dat deftige pand aan de overkant namen bedrijfjes over om directoirtje te spelen en verkochten het daarna dik, vaak bedrijfjes in papier of boeken, het liep maar het was wel sjacheren. Toen sloegen ze hun slag, ze kopen de staatsdrukkerijen op voor een prikkie, de staat kreeg spijt na een maandje of wat en mocht het terugkopen voor vele miljoenen meer. Daar leven die stellen nog steeds van hoewel het behoorlijk is geslonken op de beurs. Mijn broertje is met een koninginnetje getrouwd, hij die altijd geintjes maakte met mijn oudste zusje achterin in de auto met een indonesisch accent zat te geiten over klapperbomen en klappermelk, trouwde een meisje uit indonesie, die in de jaren 50 naar nederland kwam met haar moeder in een armoedig pensionnetje in amsterdam, opgevoed door haar hollandes opa en chinese oma, moeder werke bij de catering van de klm, jamilla als stewardess. Zag in mijn broertje een rijke man want ze wilde veel personeel, het is een prima huwelijk nog steeds maar slechts met een huishoudster die ook werkt in het gebouw waar mijn moeder woont, lelijk als de nacht en vrijt met de conciërge, een rare snoeshaan.

  18. manraint says:

    Zijn koninginnetje met het koninginnegadrag, kreeg een prinsesje, ze is dik in de dertig, heeft een klein kind, woont in londen, maar haar baan opgezegd om rechten te gaan studeren want met dat kunstgeschiedenis waar ze cum laude voor slaagde valt toch niet genoeg te verdienen. Haar man, een hele leuke knul die ze leerde kennen op een toneelvereniging toen ze zelf nog actrice wilde worden van alleen maar shakespeare stukken maar jarenlang maar niet toegelaten werd op de beste toneelschool ter wereld, waarvoor ze naar londen was verkast maar was verruild voor een studie kunstgeschiedenis. De jongen is een ierse engelsman van boeren adel, zijn schoenmoeder die altijd dure merkkleding voor hem koopt, vond dat hij maar eens moest studeren want hij was vertegenwoordiger in ziekenhuismateriaal. Zijn schoonmoeder had de jaren daarvoor haar man verlaten om in engeland bij haar dochter te gaan wonen en kunstgeschiedenis te gaan studeren, eindelijk een titel bemachtigt, ging ze weer terug naar mijn broertje, met de suikerziekte net als zijn vader, in wassenaar. Ze zei nu tegen haar schoonzoon dat hij moest studeren omdat zijn schoonmoeder nu ook een titel had en hij niet achter kon blijven. En hij deed het, hij heeft het gehaald, iets in the business, en heeft een baan die het nog niet helemaal is kwa geld. Mijn broertje die haast door zijn geld heen is stuurt elke maand het geld naar zijn dochter wat ze niet meer van gt bij een baas omdat ze nu studeert, wel weer cum laude door het eerste jaar gelukkig. Het prinsesje zit in de weekenden meer bij haar ouders in wassenaar dan bij haar man in london en natuurlijk altijd met kind, want daar doe je het allemaal voor, zegt mijn broertje. Het kind heet Tom, van tommy cooper natuurlijk want paddy is een vrolijke gast, altijd een dikke lach en veel verhalen. Toen het prinsesje met deze paddy trouwde in wassenaar was dir een koninklijk huwelijk, de hele kerk, de goed herder, was uitbundig versieerd, aan elke bank hingen grote witte bloemstukken, de kerk was een zee aan witte bloemen, laat dat maar aan mijn schoonzusje over en de duurste bloemenhandel uit wassenaar. De pastoor die zij helemaal n iet kennen want ze komen nooit in de kerk, was niet goed genoeg. Toen hebben ze de homofiele bisschop beer opgetrommeld, want onze huispaters zoals bv pater lampen die toch van goed huize was en de rest van de kleinkinderen ook getrouwd had,, was toch te min.
    De burgemeester moest hen trouwen niet een gewone ambtenaar, de burgemeester is een jaarclubvriendje van frans, vriend is een groot woord want frans vind hem een eikel en dorien, een jaarclubvriendinnetje van mij die in de raad zit in wassenaar, zegt dat hij frans ook een enorme eikel vind. Om kort te gaan deze burgemeester, die van de gemeente een kast huurt voor 600 euro wat eerst verbouwd is voor een paar miljoen anders wilde de d66 er er geeneens in, die wilde verdorie helemaal niet het prinsesje van mijn broer trouwen. Bij het diner in de witte, deden die engelsen geen liedjes of toneelstukjes maar mijn oudste zusje vind dat dat erbij hoort dus maakte ik een geinig liedje van en voor drie ouwe tantes. De engelsen keken een beetje glazig naar dit vreemde tafereeltje,

  19. manraint says:

    Nu is er iemand waar ik van heb gehouden anders niemand ooit in mijn leven maar ik heb ook nog niemand zo gehaat omdat hij niet deed wat ik wilde, te weten mij even te vertellen hoe de vork in de steel zat. Ik ken hem niet, ik heb hem nooit gezien en had gehoopt dit zo te houden.
    ik moet zeggen, hij heeft een aardig koppie maar ik ben toch blij dat ik niet met hem de koffer in hoef en hij is blij dat hij dat niet met mij hoeft want ik zou wel zijn moeder kunnen zijn. Mijn broertje heeft ook een lekker koppie, is netzo arrogant, op vakantie lagen we samen in een bed, deelden we een kamer. Het is mijn allerliefste broertje, gelukkig heb ik er maar één.

  20. manraint says:

    Stom natuurlijk, een hond zonder staart, ik heb dat altijd belachelijk gevonden , mijn zusje liet hem er ruchsichtlos afhakken, nou was het ook wel een klein tering keffertje. Mijn god, ik heb het echt wel helemaal gehad met die familiezaken maar ik moet terug, leeg en opstandig als ik ben, voor de staart
    cliffhanger

  21. manraint says:

    Toen kreeg ik van de week te zien wie je was. Je vader overleed echt, toen, dat bracht mij zo aan het twijfelen, zult in mijn hoofd. Net als je dan weer net weer niet zo bijzonder geïnteresseerd ben krijg je te zien dat je vader planoloog was in wageningen en dat hij promoveerde in een tent ergens buiten de universiteit omdat hij geen toga aanwilde moest dat ergens buiten. Schitterend! Ik ben blij dat het ook mijn vader is. mijn vader had er het liefst twee over elkaar aangetrokken. Dat videootje van moeder en zus en kinderen met de boomhut en de boomhut in Heino was al ouwe koek. Maar van de week kreeg ik te zien dat jouw moeder ook 4 kinderen baarde, de jongste een jongen deed natuurlijk ook rechten, de anderen zijn alweer een beetje voor me opgedroogd. Jij zat in de rangorde van mijn broertje. Ik heb het wel weer een beetje gehad met al die familieverhalen en begrijp ook wel weer dat ik hier met de billen bloot moest om de vork een beetje leuk in de steel te krijgen. Ik moet er trouwens niet aan denken dat ik mijn gezever van jouw kant allemaal zou moeten gaan lezen. Het is gewoon allemaal éen pot nat. Mijn moeder heet Pot, en zegt dat ze een echte pot is. Eentonig gedoe.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s