Verhalen in delen

How I met Helga – Wie ich die Helga entgegnet habe.

Deel 1

Ik was die avond moe en teleurgesteld thuisgekomen.
Ik had m’n zware tassen in de zelfgetimmerde kluis onder de trap gezet.
Ik vroeg me af hoe ik m’n veertigste verjaardag dan zou moeten vieren.

Ik had flink gespaard; muntjes voor in de verrekijker op de boulevard.
Heerlijk vond ik het, de horizon afspeuren, urenlang.

Speciaal voor dit doel had ik een vultrechter ontwikkeld.
Die zorgde voor een constante stroom muntjes.
Ongestoord kon ik in de verte turen en mijmeren over wat er zich achter de horizon bevond, zonder dat het luikje in de kijker plotseling dicht zou slaan.
Bij peepshows heb ik daar ook altijd zo’n hekel aan.

Er stond wel eens een gezinnetje buitenlandse toeristen achter me.
Die wilden dan ook uitzien over zee. Steevast -na een muntje of tien- vroeg de moeder of haar kinderen alstublieft ook even mochten kijken.
Ik lichtte dan de trechter van de opening, en draaide me half om.
‘Mevrouw’, zei ik dan, ‘dit apparaat is erg gevaarlijk voor de kinderziel.
Uw kinderen zouden met eigen ogen zien dat de wereld plat is.
Ze zouden verketterd kunnen worden. Zou u dat op uw geweten willen hebben?’
Meestal was dat afdoende.

Toen de eerste vulkaan zich boven het water van de Doggersbank verhief werd het helemaal een drukte van belang op de boulevard. Er werden zelfs kijkers bijgeplaatst.
Je moest je kijker 24/7 bezet houden, anders was er echt geen tussenkomen meer aan.
Dat vrat muntjes natuurlijk, maar mooi was het wel. Een gloeiende horizon geschilderd met lichtgevende menie.

Om kwart voor twaalf reed ik de haveloze badplaats binnen.
Ik gooide de parkeermeter vol kleingeld, en zeulde m’n twee boodschappentassen de boulevard op.
Tot mijn vreugde zag ik dat mijn favoriete kijker vrij was.

Er was echter ook iets vreemds aan de hand.
Naast elke kijker stond een wachthokje, met daarin een marechaussee.
Toen ik dichterbij kwam, zag ik dat er een bordje aan mijn kijker hing.
De inworp-opening was afgeplakt met staalband.

“Wegens gevaar voor de volksgezondheid gesloten”, stond er.

‘Goedenavond meneer’, zei ik tegen de op wacht staande marechaussee,
‘weet u wat hier aan de hand is?’
Hij salueerde en zei dat de kijkers gesloten waren in verband met gevaar voor de volksgezondheid.
‘Ja, dat lees ik hier net’, zei ik,’ maar wat voor gevaar is dat dan?’
‘Dat weet ik niet meneer’, zei de marechaussee, ‘en dat hoef ik ook niet te weten.
Wat ik wel weet, is dat de overheid de gezondheid van haar burgers hoog in het zadel heeft staan.’
‘Ja, dat zal inderdaad wel’, zei ik, ‘maar ik ben over een paar minuten jarig, en ik wilde mezelf trakteren op een ongestoord uitzicht over zee. Valt er niet wat te regelen, of te ontheffen?’
‘Gefeliciteerd met uw verjaardag meneer, maar ik mag echt geen uitzonderingen maken.
Dat zou de volksgezondheid ernstig in gevaar kunnen brengen.’
Teleurgesteld reed ik naar huis.

Ik had trek in een sigaret.
Ik had nooit gerookt, maar toen het land na de eerste eruptie bedekt was geraakt met een dikke laag smog, dacht ik bij mezelf: “Ach, what the heck”.
Ik stopte een handvol muntjes in m’n broekzak, en liep naar de sigaretten-automaat op de hoek.
Ik stopte twee sigaretten tussen m’n lippen, streek een lucifer af, en nam een diepe, diepe haal.
Terwijl de nicotine zich een weg door m’n lichaam baande, mijn zenuwen streelde, viel m’n oog op de hel verlichte telefooncel aan de overkant van de straat.

Ineens wist ik het. Dát ging ik doen voor m’n verjaardag. Ik ging een 06-nummer bellen.

 

Deel 2

Ik poetste m’n tanden, en tilde de voorste tas uit de kluis.
Eén van de hengsels brak.
Met twee armen klemde ik de tas hem tegen m’n borst.

Met m’n voet drukte ik de voordeur achter me in het slot.
Ik stak de straat over, en met m’n elleboog wurmde ik de zware deur van de telefooncel op een kier.
Ik liet de zak muntjes op de grond ploffen. Er rolde wat kleingeld over de vloer.
Haastig raapte ik de muntjes bij elkaar en gooide ze in de sleuf aan de zijkant van het ‘Anrufgerät’.
‘Anrufgerät’, dat stond er op de deur. Anrufgerät zum gemeinen Nutzen…

Ik nam de hoorn van de haak en luisterde naar de kiestoon… Het geluid van belofte.
Ik liet m’n wijsvinger over de draaischijf gaan, m’n vingertop gleed van holte naar holte.
Welk nummer zou ik draaien? Er waren honderden 06-nummers…

In de opwinding was ik vergeten m’n vultrechter mee te nemen, maar ik zag in één oogopslag dat die niet op dit apparaat zou hebben gepast.
Waar ooit telefoonboeken hingen, was schuttingtaal in de verweerde ruiten gekrast.
Geen 06-nummers.
De straat was verlaten, geen passerende auto’s met een 06-flard in het kenteken…
Het begon te miezeren, de straat glom. De ruiten besloegen. Ik stond in een binnenste-buiten gekeerde douche-cabine.

Ik sloot m’n ogen en liet me meevoeren door de kiestoon. De hoorn klemde ik tussen oor en schouder, en ik liet m’n handen over het telefoontoestel dwalen.
M’n vingers bleven rusten op de klinknagels van het typeplaatje aan de zijkant van het apparaat.
Als een blinde liet ik mijn vingers over het gestanste serienummer gaan.
Een voor een schreef ik de nummers op de beslagen ruit achter me.

Ik begon te draaien.

Een nul. De kiesschijf die zachtjes ratelend terugloopt naar af.
De zes, en het geluid van een nummer dat terugkeert in de tijd.
De getallen op de ruit besloegen. Sneller dan ik had verwacht.
Na het laatste nummer was de wereld opnieuw geheel aan het zicht onttrokken.
Een fel verlichte telefooncel in een zee van mist.

Langzaam ratelend liep de schijf voor de laatste maal terug. Tergend langzaam.
De telefoon aan de andere kant van de lijn ging over.

‘Allo, Ik bin die Helga, wie heißest du?’
Wat een lieve stem. Ik gooide snel wat extra muntjes in het telefoontoestel.
‘Ich bin der Janus’, zei ik, ‘aber ich spreche nicht so gut Deutsch.’
‘Oh, macht nichts hoor’, zei ze, ‘ik spreek ook Holländisch.’
‘Oh, das ist schön, zullen we dan maar Nederlands praten?’

‘Kein probleem, wat heb je aan?’
‘Ich? Nou eigenlijk best veel. Ik sta in een telefooncel, het regent buiten, en het is best koud.’
‘Ja, het is inderdaad best guur voor de tijd van het jaar. Het weer is helemaal umgeschlagen.’
‘Ja klopt, eerder vanavond was het nog lekker.Ik was zelfs nog even op de boulevard.
‘Oh, wat leuk, ik was er vanavond ook nog even. Het was een prachtige zonsuntergang.’

‘Oh ja? Die heb ik niet gezien. Ik was er pas tegen twaalven. Maar…jij houdt dus ook wel van de boulevard?’
‘Ja heerlijk, ik ga er vaak even een frisse neus halen voordat ik moet werken.’
‘O ja, jij bent gewoon aan het werk, natuurlijk.’
‘Ja, ik ben gewoon aan het werk. Zal ik vertellen hoe ik eruit zie?’

‘Eh ja, kan… maar wil je me misschien eerst vertellen over de zonsondergang?’
‘Wat je wilt. Hoe kom je eigenlijk aan m’n nummer?’
‘Dat stond hier in de telefooncel.’
‘Aha, oke, ja zo gaat dat meestal. Nou, de zon was echt heel mooi.
Maar ik werd er ook een beetje weemoedig van. Het was mooi, maar mooi zoals in een gedicht.’
‘Oh ja, dat ken ik wel… zoals in een gedicht van Rilke bijvoorbeeld?’

‘Nee, niet van Rilke. Nee… Gewoon een gedicht van mezelf.’
‘Oh, wat leuk, ik wist niet dat je gedichten schreef. Ben je getrouwd trouwens?’
‘Nee, ik ben gescheiden.’
‘Oh, oke, en heb je kinderen?’
‘Ja, ik heb twee kinderen, maar daar zie je niets van hoor.’

‘Oh, oke, maar heb je een gedicht geschreven vanavond?’
‘Ja. Wil je het horen?’
‘Ja graag. Even wat muntjes bijgooien.’

‘Vertich?’
‘Ja.’

“Sonnenuntergang

Die Sonne,
die sich wie eine glühende Kupfermünze in die Welt hinein wirft,
macht die Welt ‘go around’, bis zum der nächsten Tag.”

‘Wat verschrikkelijk mooi!’
‘Danke. Schrijf jij ook?’
‘Eh nee. Ja, soms.’

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s