How I met Helga – Wie ich die Helga entgegnet habe – deel 2

Ik poetste m’n tanden, en tilde de voorste tas uit de kluis.
Een van de hengsels brak.
Met twee armen klemde ik de tas tegen m’n borst.

Met m’n voet drukte ik de voordeur achter me in het slot.
Ik stak de straat over, en met m’n elleboog wurmde ik de zware deur van de telefooncel op een kier.
Ik liet de zak muntjes op de grond ploffen. Er rolde wat kleingeld over de vloer.
Haastig raapte ik de muntjes bij elkaar en gooide ze in de sleuf aan de zijkant van het ‘Anrufgerät’.
‘Anrufgerät’, dat stond er op de deur. Anrufgerät zum gemeinen Nutzen…

Ik nam de hoorn van de haak en luisterde naar de kiestoon… Het geluid van belofte.
Ik liet m’n wijsvinger over de draaischijf gaan, m’n vingertop gleed van holte naar holte.
Welk nummer zou ik draaien? Er waren immers honderden 06-nummers…

In de opwinding was ik vergeten m’n vultrechter mee te nemen, maar ik zag in één oogopslag dat die niet op dit apparaat zou hebben gepast.
Waar ooit telefoonboeken hingen, was schuttingtaal in de verweerde ruiten gekrast.
Geen 06-nummers.
De straat was verlaten, geen passerende auto met een 06-flard in het kenteken…
Het begon te miezeren, de straat glom. De ruiten besloegen. Ik stond in een binnenste-buiten gekeerde douche-cabine.

Ik klemde de hoorn tussen mijn oor en mijn schouder, sloot m’n ogen, en liet m’n gedachten meedrijven op de golven van de kiestoon.
M’n handen dwaalden over het telefoontoestel.
M’n vingers bleven rusten op de klinknagels van het typeplaatje, aan de zijkant van het apparaat.
Als een blinde liet ik mijn vingers over het gestanste serienummer gaan.
Een voor een schreef ik de nummers op de beslagen ruit achter me.

Ik begon te draaien.

Een nul. Zachtjes ratelend liep de kiesschijf terug naar af.
De zes, en het geluid van een nummer dat terugkeert in de tijd.
De getallen op de ruit besloegen. Sneller dan ik had verwacht.
Na het laatste nummer was de wereld opnieuw geheel aan het zicht onttrokken.
Een fel verlichte telefooncel in een zee van mist.

Langzaam ratelend liep de schijf voor de laatste maal terug.
Tergend langzaam.
De telefoon aan de andere kant van de lijn ging over.

‘Allo, Ik bin die Helga, wie heißest du?’
Wat een lieve stem! Ik gooide snel wat extra muntjes in het telefoontoestel.
‘Ich bin der Jan’, zei ik, ‘aber ich spreche nicht so gut Deutsch.’
‘Oh, macht nichts hoor’, zei ze, ‘ik spreek ook Holländisch.’
‘Oh, das ist fein, zullen we dan maar Nederlands praten met elkaar?’

‘Kein probleem, wat heb je aan?’
‘Ich? Nou eigenlijk best veel. Ik sta in een telefooncel, het regent buiten, en het is best koud.’
‘Ja, het is inderdaad best guur voor de tijd van het jaar. Het weer ist helemaal umgeschlagen.’
‘Ja klopt, eerder vanavond was het nog lekker. Ik was zelfs nog even op de boulevard.
‘Oh, wat leuk, ik was er vanavond ook nog even. Het was een prachtige zonsuntergang.’
‘Oh ja? Die heb ik niet gezien. Ik was er pas tegen twaalven. Maar…jij houdt dus ook wel van de boulevard?’
‘Ja heerlijk, ik ga er vaak even een frisse neus halen voordat ik moet werken.’
‘O ja, jij bent gewoon aan het werk, natuurlijk.’
‘Ja, ik ben gewoon aan het werk. Zal ik vertellen hoe ik eruit zie?’

‘Eh ja, kan… maar wil je me misschien eerst vertellen over de zonsondergang?’
‘Wat je wilt. Hoe kom je eigenlijk aan m’n nummer?’
‘Dat stond hier in de telefooncel.’
‘Aha, oke, ja zo gaat dat meestal. Nou, de zon was echt heel mooi.
Maar ik werd er ook een beetje weemoedig van.
Het was mooi, maar mooi zoals in een gedicht.’
‘Oh ja, dat ken ik wel… zoals in een gedicht van Rilke bijvoorbeeld?’

‘Nee, niet van Rilke. Nee… Gewoon een gedicht van mezelf.’
‘Oh, wat leuk, ik wist niet dat je gedichten schreef. Ben je getrouwd trouwens?’
‘Nee, ik ben gescheiden.’
‘Oh, oke, en heb je kinderen?’
‘Ja, ik heb twee kinderen, maar daar zie je niets van hoor.’
‘Oh, oke, maar heb je een gedicht geschreven vanavond?’
‘Ja. Wil je het horen?’
‘Ja graag. Even wat muntjes bijgooien.’

‘Vertich?’
‘Ja.’
‘Oke.’

“Sonnenuntergang”

“Die Sonne,
die sich wie eine glühende Kupfermünze in die Welt hinein wirft,
macht die Erde ‘go around’, bis zum der nächsten Tag.”

‘Oh, wat verschrikkelijk mooi!’
‘Danke. Schrijf jij ook?’
‘Eh nee. Eh, ja soms.’

Advertisements
Posted in Verhalen in delen | Tagged , , , | 28 Comments

How I met Helga – Wie ich die Helga entgegnet habe.

Deel 1

Boulevard van Gaasterland, maart 2011.

Ik was die avond moe en teleurgesteld thuisgekomen.
Ik had m’n zware tassen in de zelfgetimmerde kluis onder de trap gezet.
Ik vroeg me af hoe ik m’n veertigste verjaardag dan zou moeten vieren.

Ik had flink gespaard; muntjes voor in de verrekijker op de boulevard.
Heerlijk vond ik het, de horizon afspeuren, urenlang.

Speciaal voor dit doel had ik een vultrechter ontwikkeld.
Die zorgde voor een constante stroom muntjes.
Ongestoord kon ik in de verte turen en mijmeren over wat er zich achter de horizon bevond, zonder dat het luikje in de kijker plotseling dicht zou slaan.
Bij peepshows heb ik daar ook altijd zo’n hekel aan.

Er stond wel eens een gezinnetje buitenlandse toeristen achter me.
Die wilden dan ook uitzien over zee. Steevast -na een muntje of tien- vroeg de moeder of haar kinderen alstublieft ook even mochten kijken.
Ik lichtte dan de trechter van de opening, en draaide me half om.
‘Mevrouw’, zei ik dan, ‘dit apparaat is erg gevaarlijk voor de kinderziel.
Uw kinderen zouden met eigen ogen zien dat de wereld plat is.
Ze zouden verketterd kunnen worden. Zou u dat op uw geweten willen hebben?’
Meestal was dat afdoende.

Toen de eerste vulkaan zich boven het water van de Doggersbank verhief werd het helemaal een drukte van belang op de boulevard. Er werden zelfs kijkers bijgeplaatst.
Je moest je kijker 24/7 bezet houden, anders was er echt geen tussenkomen meer aan.
Dat vrat muntjes natuurlijk, maar mooi was het wel. Een gloeiende horizon geschilderd met lichtgevende menie.

Om kwart voor twaalf reed ik de haveloze badplaats binnen.
Ik gooide de parkeermeter vol kleingeld, en zeulde m’n twee boodschappentassen de boulevard op.
Tot mijn vreugde zag ik dat mijn favoriete kijker vrij was.

Er was echter ook iets vreemds aan de hand.
Naast elke kijker stond een wachthokje, met daarin een marechaussee.
Toen ik dichterbij kwam, zag ik dat er een bordje aan mijn kijker hing.
De inworp-opening was afgeplakt met staalband.

“Wegens gevaar voor de volksgezondheid gesloten”, stond er.

‘Goedenavond meneer’, zei ik tegen de op wacht staande marechaussee,
‘weet u wat hier aan de hand is?’
Hij salueerde en zei dat de kijkers gesloten waren in verband met gevaar voor de volksgezondheid.
‘Ja, dat lees ik hier net’, zei ik,’ maar wat voor gevaar is dat dan?’
‘Dat weet ik niet meneer’, zei de marechaussee, ‘en dat hoef ik ook niet te weten.
Wat ik wel weet, is dat de overheid de gezondheid van haar burgers hoog in het zadel heeft staan.’
‘Ja, dat zal inderdaad wel’, zei ik, ‘maar ik ben over een paar minuten jarig, en ik wilde mezelf trakteren op een ongestoord uitzicht over zee. Valt er niet wat te regelen, of te ontheffen?’
‘Gefeliciteerd met uw verjaardag meneer, maar ik mag echt geen uitzonderingen maken.
Dat zou de volksgezondheid ernstig in gevaar kunnen brengen.’
Teleurgesteld reed ik naar huis.

Ik had trek in een sigaret.
Ik had nooit gerookt, maar toen het land na de eerste eruptie bedekt was geraakt met een dikke laag smog, dacht ik bij mezelf: “Ach, what the heck”.
Ik stopte een handvol muntjes in m’n broekzak, en liep naar de sigaretten-automaat op de hoek.
Ik stopte twee sigaretten tussen m’n lippen, streek een lucifer af, en nam een diepe, diepe haal.
Terwijl de nicotine zich een weg door m’n lichaam baande, mijn zenuwen streelde, viel m’n oog op de hel verlichte telefooncel aan de overkant van de straat.

Ineens wist ik het. Dát ging ik doen voor m’n verjaardag. Ik ging een 06-nummer bellen.

Posted in Verhalen in delen | Tagged , , , | 38 Comments

De verboden stad – In de ban van Eva

In de ban van Eva

‘Je had een straatverbod?’
‘Dat zei ze, ja.’
‘En voor welk gebied gold dat dan?’
‘Voor de hele Hof, denk ik. Het gold voor de hele Hof.’
‘Maar wie zou dat verbod ingesteld moeten hebben dan?’
‘God mag het weten.’

‘Je wordt grijs.’
‘Ja, ik weet het. Maar ik zit er niet mee.’
‘Waarom scheer je je dan?’
‘Grijs zit van binnen. Dit is een nieuw begin.’

‘Toen je hier begon, wist je toen dat ze hier ook een blog had.’
‘Ja, dat wist ik. En ik hoopte dat ze zou lezen wat ik te vertellen had.’
‘En deed ze dat?’
‘Ja, dat deed ze.’
‘Maar ze reageerde niet?’
‘Nee, ze reageerde niet.’
‘Waarom niet?’
‘Waarom niet? Je kunt moeilijk iemand uit je leven verbannen,
en er vervolgens op een blog mee gaan zitten ouwehoeren, nietwaar?’

‘Nee, dat kan niet. Tenzij je de laatste twee bloggers op de site bent natuurlijk.’
‘Al was ik de eerste of laatste man op deze planeet, ze zou niet naar me omkijken.’

‘Nieuw begin of niet, toch vind ik het jammer dat je je baard afscheert.’
‘Ja, maar dat geldt ook voor jou, spiegelbeeld.’

De verboden stad
  


   

  
  

  
  

the forbidden city, beijing, china
dia-scans

  

  

In de ban van Eva 

  

‘Je had een straatverbod?’

‘Dat zei ze, ja.’

‘En voor welk gebied gold dat dan?’

‘Voor de hele Hof, denk ik. Het gold voor de hele Hof.’

‘Maar wie zou dat verbod ingesteld moeten hebben dan?’

‘God mag het weten.’

 

‘Je wordt grijs.’

‘Ja, ik weet het. Maar ik zit er niet mee.’

‘Waarom scheer je je dan?’

‘Grijs zit van binnen. Dit is een nieuw begin.’

 

‘Toen je hier begon, wist je toen dat ze hier ook een blog had.’

‘Ja, dat wist ik. En ik hoopte dat ze zou lezen wat ik te vertellen had.’

‘En deed ze dat?’

‘Ja, dat deed ze.’

‘Maar ze reageerde niet?’

‘Nee, ze reageerde niet.’

‘Waarom niet?’

‘Waarom niet? Je kunt moeilijk iemand uit je leven verbannen,

en er vervolgens op een blog mee gaan zitten ouwehoeren, nietwaar?’

 

‘Nee, dat kan niet. Tenzij je de laatste twee bloggers op de site bent natuurlijk.’

‘Al was ik de eerste of  laatste man op deze planeet, ze zou niet naar me omkijken.’

 

‘Nieuw begin of niet, toch vind ik het jammer dat je je baard afscheert.’

‘Ja, maar dat geldt ook voor jou, spiegelbeeld.’

 

 

 

 

 

 

Posted in VKblog | Tagged , , | 9 Comments

La femme fantôme – deel 1.8 La Deaume

1.8 La Deaume [slot]
 
Ik had de vraag gekregen of ik eerder wilde komen.
Er was iets aan de hand, dat was wel duidelijk.
 
Ik stapte de spreekkamer binnen. Er stond een man bij het raam.
Hij keek naar buiten. Zouden de kersenbomen in bloei staan?
Ze zat achter haar bureau. Er lagen twee schetsblokken op tafel. En een stapeltje papieren.
 
‘Dit is mijn collega’, zei ze.
De man draaide zich om, gaf me een hand en stelde zich voor.
Ik heb zijn naam niet onthouden.
 
Ik ging zitten.
‘Je wilde je schetsboek terug hebben, nietwaar?’
‘Ja, ik wil graag verder schrijven.’
‘Dat kan niet, helaas. Het is bewijs.
Ik heb een nieuw schetsboek voor je gekocht, en kopietjes gemaakt van je oude boek.’
‘Dankjewel. Dat is heel aardig van je.
Hoe was je vakantie?’
‘Daar wilde ik het over hebben. Ik ben in La Deaume geweest.’
‘O ja? Mooi is het daar hè?’
‘Ja, het is er heel erg mooi.
Maar je kunt het in La Deaume niet zien weerlichten in het Rhône-dal.’
 
‘Nee, dat klopt, dat kan niet.’
‘Je bent nooit in La Deaume geweest.’
‘Nee. Je hebt gelijk, ik ben er nooit geweest.’
En er zijn meer dingen die je hebt verteld, die niet echt zijn gebeurd.’
‘Ja, dat klopt.’
 
‘M’n collega neemt het van me over.
Ik denk dat het beter is dat je voorlopig met iemand anders praat.’
‘Oke.’
‘Ik moet rapport uitbrengen over onze sessies.’
‘Dat begrijp ik.’
‘Ik zal rapporteren dat je empathisch bent, en niet agressief.
Maar ook dat je gedrag trekken vertoont van dat van een pathologisch leugenaar.
Dat je gelooft dat wat je vertelt ook werkelijk waar is.’
‘Denk je dat?’
‘Ja, dat is mijn professionele mening.’
 
Ze stond op, en pakte haar spullen bij elkaar.
Ik stond ook op. Ze gaf me een hand.
‘Ik wens je geluk. Ik hoor van m’n collega wel hoe het ermee gaat.’
 
Bij de deur draaide ze zich om.
‘Je schrijft mooie gedichten.’
 
Zachtjes deed ze de deur achter zich dicht.
Ik ging weer zitten.
Haar collega ging tegenover me zitten.
‘Staan de kersenbomen al in bloei?’, vroeg ik.
‘Ik zou het niet weten’, zei hij. ‘Koffie?’
 
Ik schudde van nee.
 
 
 
 
 

La femme fantôme is een drieluik.

1.8 is het slot van het eerste deel.

La femme fantôme gaat verder op wordpress.
www.nogsteedsvogelvrij.wordpress.com
 
 
 

Posted in VKblog | Tagged , , | 27 Comments

De liftster uit Kolderwolde

Ik heb Vroems nooit ontmoet. Appelvrouw wel.
 
Vroems kwam tot leven in de verhalen die Appelvrouw me vertelde
op de dag dat ze van Groningen naar Heerenveen liftte om bij Vroems te zijn.
De dag dat ze me vertelde dat Vroems piloot was.
 
Dit verhaal schreef ik op 28 juli 2010:
 
 
De liftster uit Kolderwolde
 

 
ik vezamel oude broodbakmachines. en aanverwanten. een liefhebberij die me door het hele land brengt.
vorige week werd de failliete boedel van de coöperatieve brood- en banketbakkerij de toekomst geveild.
toen ik de ring van groningen afreed viel m’n oog op een bijzondere verschijning.
een liftster.
liftsters zie je sowieso niet veel meer, maar dit was wel een heel opmerkelijke liftster.
ze stond temidden van een enorme stapel tassen en dozen. zelfs een fiets.
het leek wel een complete uitzet.
ik schatte haar mijn leeftijd. ze had een bordje in haar hand, maar in het voorbijgaan kon ik niet zien waar ze heen wilde.
 
toen ik aan het eind van de middag naar huis reed, stond ze er nog.
ik had goede zaken gedaan. een appelflappen-vul-en-vouwinstallatie, nog geheel intact.
en een croissanten-rol-machine van het merk le creuscent, echt een verzamelaarsobject.
 
ze was op haar stapel tassen gaan zitten. ze zag er vermoeid uit.
ik stopte in de berm, en zwengelde -half op de passagiersstoel liggend- het raampje open.
"waar moet u heen mevrouw", vroeg ik.
ze liet haar bordje zien. "kolderwolde", zei ze.
kolderwolde? ik had er ooit wel eens iets over gelezen. "waar is dat?"
"achter heerenveen."
heerenveen… ach, dan kom ik bij meppel wel weer op de a28.
"stap maar in", zei ik en gooide de deur van het oude volkswagenbusje open.
 
"mogen m’n spullen achterin?"
"wat? moet dat allemaal mee?", zei ik quasi geschrokken.
ze trapte er niet in.
van dichtbij zag ze er toch wat ouder uit, maar ook een stuk minder moe.
het lukte wonderwel om al haar spullen in het busje te stouwen.
verbazingwekkend hoe natuurlijk een laptop in een appelflap-machine past.
 
"hoe heet u?", vroeg ik toen we de snelweg opdraaiden.
"ik heet famke", zei ze, "en hoe heet jij?"
"ik heet creus."
 
"u zult zich wel afvragen waarom ik met al die spullen sta te liften."
"ik zou liegen als ik zou zeggen dat dat niet zo was."
"ik ga trouwen."
"echt? gefeliciteerd."
 
"en samenwonen zo te zien?"
"nee. niet echt.
maar ik wil gewoon niet meer weg hoeven.
ik wil gewoon geen tijd meer verliezen met spullen halen."
 
"woont uw man, uw aanstaande, in kolderwolde?"
"nee. ik ben er geboren. ik wil er nog één keer doorheen rijden."
"aha."
 
"hier moet je links, alsjeblieft. zie je die witte vliegtuigstreep in het blauw?"
"ja."
"die moet je volgen."
 
 
 
 
 
 
de laatste dag (vroems)
http://www.vkblog.nl/bericht/369013/de_laatste_dag_vroems
 
een lifster uit kolderwolde
http://www.vkblog.nl/bericht/326685/een_liftster_uit_kolderwolde
 
kolder
http://www.vkblog.nl/bericht/321031/kolder
 
 
 

Posted in VKblog | Tagged , , , , , | Leave a comment

La femme fantôme – deel 1.7 Valentijnsdag

1.7 Valentijnsdag
 
‘Ana wilde niet dat je bij haar sliep?’
‘Nee.’
‘Omdat je snurkte?’
‘Dat was een mooi excuus. Ik zou ook niet naast een snurkende vrouw willen slapen.’
‘Maar?’
 
‘Ze wilde niet dat iemand zag hoe bang ze was.’
‘Waar was ze bang voor?’
‘Voor de nacht. Ze was uitgeput, maar ze was te bang om te gaan slapen.
Ze zwief door de stad, of over het Internet.

We dronken heel erg veel wijn, tot diep in de nacht.
Als ik naar bed ging, zei ze dat ze nog een Ardbeg nam. Urenlang draaide ze Laurie Anderson.’
 
‘Soms ging ze weg als ze hoorde dat ik sliep.
Dan schrok ik wakker van de deur die ze zachtjes in het slot trok.
Op een morgen kwam ze terug na een zwaar onweer.
Ze was doorweekt. Haar tepels priemden door haar nachthemd.
Het was alsof ze slaapwandelde. Ze zei niets. Ze leek niets te horen.
Voor de blik in haar ogen heb ik nooit een woord gevonden.
Een half uur had ik naar haar lopen zoeken. In de stromende regen. Er was niemand op straat geweest.
Nat en koud was ik weer in bed gekropen. Radeloos.’
 
‘Ze rilde en dronk whisky.’
“Neem een slaappilletje.” zei ik. “Als je niet slaapt, is alles tien keer erger.
Je moet gewoon slapen.”
“Ik heb geen pillen”, zei ze.
“Ik heb wel iets”, zei ik. “Iets onschuldigs, zonder recept.”
‘Ze wilde er niets van weten.’
“Leg dan een slaappilletje bij je bed”, zei ik. “Met een glas water ernaast.
Je hoeft het niet te nemen. Maar het idee dat je het kunt nemen, helpt je misschien te slapen.”
‘Ze keek me aan en schudde haar hoofd. Elke maand verrekte ze van de buikpijn,
maar een asprientje nam ze niet.’
 
‘Wat had ze tegen pillen?’
‘Ze heeft het nooit met zoveel woorden gezegd, maar ik denk dat ze ooit verplicht medicijnen heeft moeten slikken.’
‘Aha. Ja, dat kan.’
 
‘En dan?’
‘Dan wat?’
‘Hoe gingen jullie dan verder? Na zo’n nacht.’
‘Ik werd wakker van het ruisen van Ana’s kamerjas. Zijde.
Als een ballerina stapte ze over me heen. Op haar tenen liep ze naar de keuken.
Dan hoorde ik het geluid van de elektrische koffiemolen. Een wekker.
De geur van vers gemalen bonen.
We zaten aan de grote houten tafel en keken naar de snaterende eenden buiten.
Koffie en een boterham met hagelslag.’
 
“Nu weet je het hè?”, zei Ana. “Nu ga je weg hè?”
“Nu weet je het hè? Nu ga je weg hè?’
 
‘Dat zei ze?’
‘Ja, dat zei ze.’
‘En dat herhaalde ze?’
‘Ja, ze herhaalde het. Als een mantra.’
 
‘En wat zei je dan?’
‘Ik zei dat ik haar misschien ooit wel eens zou verlaten. Maar niet naar aanleiding van deze nacht.
Om iets anders misschien. Iets wat we nog niet vermoedden.’
‘Zoals wat?’
‘Geen idee, ik was niet van plan bij haar weg te gaan.’
 
Ik stond op en liep naar het raam.
Het raam kon niet open. Buiten was het lente.
Ik keek naar beneden. Op de binnenplaats stonden twee grote kersenbomen.
De een was wat verder in knop dan de ander.
Nog twee weken, dan zouden ze in bloesem staan.
 
De kliniek moest wel zijn gebouwd op de plek waar ooit een boomgaard had gestaan.
Het gebouw is spiksplinternieuw, de bomen zijn oud.
Nog twee weken, dan komen de zwaluwen.
Elk jaar wachtte ik vol spanning op hun komst. Ze kwamen nooit samen.
En nooit kwamen ze voordat de kersenboom in bloei stond. Een roze fakkel naast de stal.
De zwaluw die als eerst arriveerde, zat soms dagenlang te wachten. In de kersenboom.
Dan opeens. Gekwetter. Een hereniging.
Ze sliepen naast elkaar. Op een tak tussen de bloesemblaadjes.’
 
‘Speel je piano?’, vroeg ik.
‘Ja.’
‘Ana ook.’
Ik draaide me om, en ging in de vensterbank zitten.
 
‘Toen we elkaar pas kenden, hadden we ruzie.’
‘Waarover?’
‘Nergens over. Het ging nergens over. Nou ja. Dat dacht ik.
Twee weken later mailde ik Ana dat ik rommelmarkten af ging struinen. Of ze meeging.’
‘Jullie hadden elkaar twee weken niet gesproken?’
‘Ja.’
‘Wat zei ze?’
‘Ze mailde terug dat ze meeging.
Later vertelde ze me dat ze net thuis was toen m’n mailtje binnenkwam.
Ze was bij een man blijven slapen. Haar kleren had ze net in de was gedaan.
Het was Valentijnsdag.’
 
‘Aan het eind van de middag zat m’n kever vol meubeltjes en keukengerei.
Een botervloot en een porceleinen zeepbakje. En een Le Creuset braadpan.
Ze spaart Le Creuset pannen, wist je dat?’
‘Nee, dat wist ik niet.’
‘Kon je ook niet weten. Ze spaart ze voor haar cateringbedrijf.
Zó blij was ze ermee. Het was nog net geen paar vintage-schoenen, maar het scheelde niet veel.’
 
‘Achterin een loods vonden we het binnenwerk van een piano.’
‘Het klavier?’
‘Nee, niet de toetsen, alleen de hamertjes en de heveltjes.’
‘Oke.’
‘De hamertjes zijn beplakt met vilt, het zijn net kaarsjes. Kaarsjes met een vilten vlammetje.’
‘Ja, ik weet het. Ik weet hoe de hamertjes eruit zien.’
‘Ik heb er een kerstboom van gemaakt, met 88 kaarsjes.’
 
‘Het hele mechanisme was ingeklemd tussen twee gietijzeren frames.
Die zitten in bijna elke piano, trouwens. Wist je dat?’
‘Nee.’
‘Eentje lin
ks en eentje helemaal rechts.

Het zijn net vogels, met een kop en met een staart.
Toen ik het binnenwerk had gesloopt, bleven de frames over.’
‘Oke.’
Er bleven ook twee stalen beugeltjes over.
Met een beetje goede wil kon je daar de vleugels in zien.’
 
‘Ik heb er een beeld van gemaakt. De twee gietijzeren vogeltjes, dicht tegen elkaar aan.
Twee zwaluwen met samen twee vleugeltjes.
Beiden vleugellam. Op elkaar aangewezen.
Ik schroefde het beeldje op een dode tak in de kersenboom.
Soms zaten er echte zwaluwen naast, op dezelfde tak.
Vanwege de onderdelen heb ik het beeldje Felicita Piana genoemd. Stil Geluk.’
 
‘De kersenboom ging dood.‘
‘Kwam dat door het beeldje?’
‘Nee. De boom was oud. En ziek.’
‘In het voorjaar heb ik ‘em omgezaagd. Nu staan er frambozen. Ook lekker.’
‘En het beeldje?’
‘Dat heb ik aan Ana gegeven. In bruikleen.
Ze vond het mooi, en ze vroeg of ze het mocht hebben.’
 
‘Ik heb het op een meerpaal geschroefd, naast haar tjalk.’
‘Zitten ze daar nog, die zwaluwen?’
‘Nee, ze zijn weg. Waarschijnlijk zijn ze door de klap van de explosie van de paal geblazen.
Misschien ligt het beeldje wel op de bodem van de Hoge de A.’

Laurie Anderson – Bright Red
‘Did she fall, or was she pushed?’
http://www.youtube.com/watch?v=XdeeAMZA2fg
 
 
 

Posted in VKblog | Tagged , , | 8 Comments

Barbara exposeert

Barbara exposeert
 

 
 
de hele maand juni exposeert barabra jansma
in mijn voormalige paardenstal.  
barbara is een goede vriendin van me,
en ik vind het fantastisch dat ze haar nieuwe werk
bij mij ten toon willen stellen.
 
vijftien jaar lang heeft ze niet geschilderd.
dat had z’n redenen.
mede door de prachtige reacties van vkbloggers is ze weer gaan schilderen.  
ik ben daar heel erg blij om. ik heb haar gevraagd haar werk op mijn erf ten toon te stellen.
weg van de randstad, weg van pretenties, weg van de volkskrant.  
 
vanaf begin juni zal het nieuwe werk van barbara een maand te zien ziijn in dwingeloo.
aangevuld met eerder werk.
De opening is op 11 juni.

Low key, geen fratsen. Het gaat om de schilderijen.
Iedereen is welkom, maar wel op uitnodiging.
Wil je Barbara’s werk in het echt zien; wil je bij de opening zijn, stuur Barbara dan een mailtje
via bjansma@live.nl.
 
Eén werk blijft in Drenthe.
De visvrouw/zeemeermin. Dát koop ik.
Niemand, behalve Barbara weet wat dit werk voor me betekent.  
 
Tot op een zonnige dag in juni,  
 
Vogel-vrij
 
 
 
http://www.vkblog.nl/bericht/368785/Schilderijententoonstelling%21#commentaar
 
 
 

Posted in VKblog | Tagged , , | 55 Comments