La femme fantôme – deel 1.4 Aluminium

Deel 1.4 Aluminium
 
“Je hebt een beeld van haar gemaakt?”
“Ja.. een meermin… van aluminium.”
“Waar staat dat beeld nu?”
“Het staat niet, het hangt. Het hangt in een olijfboom.
Ik vertelde je dat Ana een antieke caravan heeft, zo’n streamliner, ook van aluminium.
Het beeld hangt bij de beek, aan een tak.”
“In Frankrijk dus..?
“Ja, in Frankrijk.“
“Waarom hangt het daar?”
Het hangt daar omdat ik heb het dáár heb gemaakt. Op de terugweg paste het niet meer in de auto.”
“Een groot beeld dus?”
“Niet héél groot, net zo groot als Ana, zij heeft er voor geposeerd.
Ik wilde iets te doen hebben op dat afgelegen terrein. Toen ik besloot toch naar La Deaume af te reizen, heb ik m’n auto volgeladen met aluminium onderdelen. Potten, pannen, een aluminium ladder, bakken vol klinknagels, van alles…. Als het maar van aluminium was.”
“Hoe kwam je aan al dat aluminium?”
Een gedeelte heb ik bij het vuil gevonden. Maar er zaten ook oude pannen tussen van de rommelmarkt. Tijdens de verhuizing vond ik de hele verzameling aluminium onderdelen terug op zolder.”
“Waarom ben je toch naar Frankrijk gegaan?’
“Ik miste Ana. Ze is m’n muze.”
 
“Ana kan de hele dag in haar blootje liggen lezen en zonnen, maar ik moet gewoon iets te doen hebben. Iets met m’n handen. Ik wil iets kunnen maken… Lezen lukt me gewoon niet in die hitte.”
“Heb je haar liggend afgebeeld?”
“Nee, hangend, het beeld hangt toch.”
“En hoe heeft Anna er dan voor geposeerd? Ook hangend?”
“Ja, hangend.”
Ze keek me vragend aan.
 
“Ik smeerde haar helemaal in met zonnebrandolie, ze mocht niet verbranden.
Dan hing ik haar op. Eén keer is ze daarbij bijna uit m’n armen geglibberd….
Zodra ze hing, ging ik verder met het beeld.”
 
“Was dat niet ontzettend onprettig voor Anna?”
“Ja… Ja, het was heel zwaar voor haar. Ik moest steeds denken aan een rituele kruisiging.
Passiespelen.
Maar ze wilde het zelf zo. Het was háár idee om zo te poseren.
Ik had het zeemeerminnetje uit de haven van Kopenhagen in gedachten. Maar dat vond Ana helemaal niets. Daar had ze geen zin in. ‘Dat was al zo vaak gedaan’, zei ze.
En daar had ze gelijk in..
Het was verbazingwekkend hoe lenig ze was, hoe atletisch.
Ze poseerde niet elke dag, maar als ze had geposeerd, rende ik steevast een rondje over het verlaten kampeerterrein. Een naakte Ana in m’n armen of over m’n schouder. Daarna masseerde ik haar, zolang ze wilde. Totdat ze wilde vrijen.”
 
“Kun je beschrijven hoe het beeld er uit ziet?”
“Zie je dat niet voor je?”
“Nee, ik zie het niet voor me. Zie jij een beeld al voor je, op het moment dat je er aan begint?”
“Ja, ik weet wat me te doen staat als ik ergens aan begin.”
“Maar je hebt een ander beeld gemaakt dan je eigenlijk van plan was…”
“Ja, een ander beeld. Beter.”
“Hoe ziet het er uit?”
 
“Het is een zeemeermin. Verstrikt geraakt in een net.
Ze hangt. Een vislijn rond haar nek.”
 
“Ik heb de trapleer van boven naar beneden doorgezaagd. De helften zijn in spiegelbeeld aan elkaar geklonken, als een wervelkolom. Halve sporten als graten.
Een snelkookpan als hoofd.
De kap van een tikmachine vormt de schouderpartij. Brede schouders. De schouders van een zwemster.
Heb je ooit wel eens een beker gewonnen bij een sportwedstrijd vroeger?”
Even dacht ze na.
“Nee, ik was niet zo sportief.”
“Je weet wel, zo’n sportprijsje waar je verschrikkelijk trots op was.
Een marmeren blokje als voet… Een metalen plaatje, met daarop wat je had bereikt,
scheef op het sokkeltje geplakt. ‘3e prijs Paasvoetbaltoernooi 1974’”
“Ja, ik zie het voor me.”
“Nou, twee van die bekers dus. De metalen kelken als ogen…
Geen neus. De restruimte als mond.”
“Heb je twee keer een prijs gewonnen met sporten?”
“Nee nooit.”
“Waren die bekers van Anna?”
“Nee, ik heb ze in Delft op straat gevonden. ‘s Nachts, een doos vol sportprijzen. Glimmend van de regen. Twee bleken er van aluminium. Gepolijst. De rest was verchroomd blik.
Toen ik ze terugvond op zolder waren ze verweerd, sommigen zelfs geroest.
Twee glommen er nog.
Een glimmend Paasvoetbaltoernooi, en een glimmende halve marathon langs het strand van Egmond, twee jaar geleden. De rest roest langzaam weg.”
“Wie had al die prijzen gewonnen?”
“Geen idee. Het stond nergens op…. Het zou te achterhalen moeten zijn, als je zou willen….
Ik heb het me wel afgevraagd, en ik heb vaak gefantaseerd over het verhaal achter die nachtelijke vondst. Maar ik heb er nooit werk van gemaakt.
Het heeft iets tragisch zo, iets geheimzinnigs… daarom heb ik de bekers ook steeds meeverhuisd.”
 
“Het beeld?”
Ja, het beeld. Het is gestileerd, kubistisch bijna. Nou ja, cilindristisch dan eigenlijk. Zoals ik al zei, het bestaat voornamelijk uit potten en pannen. Twee grote bloemenvazen als borsten.”
“Anna had toch een heel afgetraind lichaam?”
“Ja… maar ik had die twee vazen nu eenmaal. Je kan er een flinke bos bloemen in kwijt..
De ene vaas heb ik ooit zelf gekocht, de ander was van m’n ex. Hij lag op zolder; ik mocht ‘em hebben.
De staartvin heb ik gemaakt uit een halve perforator en een rakel.”
“Een rakel?”
“Ja, een rakel, om te zeefdrukken, was ook van m’n ex. De staart zelf is niet meer dan de gespiegelde ladder.”
 
“Maar….hoe maak je de overgang tussen lichaam en staart?
Weet je hoe dat eigenlijk zit bij een zeemeermin? Wel eens over nagedacht?”
Ze dacht even.
“Nee, nooit over nagedacht. Hoe heb je het opgelost?”
 
“Wist je dat Ana roeide toen ze studeerde?
“Nee.”
“Ze is altijd al pezig geweest…., rank maar gespierd.
Toen ze met wedstrijdroeien stopte, werd ze gevraagd als stuurvrouw bij de acht.
Ervaren, gedreven.…maar vooral licht.
Ze is jarenlang stuurvrouw geweest… daarna coach van een vier en van een dubbel.
Op een dag had ze een lekke band… Die middag rénde ze langs de baan.
De scheepstoeter met aanwijzingen in haar hand.
Zo is ze met hardlopen begonnen. Ze coachte en liep hard, zo hard als een vier.”
 
“Toen ik haar vertelde dat ik een aluminium beeld wilde maken, en vroeg of ze voor me wilde poseren, zei ze gelijk ‘ja’.
Ze had al vaker geposeerd; ze heeft ook zo’n prachtig lichaam.
Een week later bracht ze haar scheepstoeter mee.
‘Deze is ook van aluminium, geloof ik’, zei ze. ‘Ik gebruik ‘em toch niet meer.’
 
Zonder die toeter had ik het beeld niet kunnen maken.
Het vormt de overgang van haar lichaam naar haar staart.
Een cloaca. Zó zit dat dus bij een meermin…
Kut en kont ineen. Géén heerlijke billen, zoals Ana.”
 
“Hangt het beeld van Anna nog in La Deaume?”
“Ik denk het wel..”
 
“Weet je wanneer een beeld af is? Of twijfel je er wel eens over of je er nog iets aan zal doen?”
Goed gevonden…
Het scheppen van een beeld als metafoor voor een relatie. En.. of ik wel weet wanneer het voorbij is…
of ik wel kan loslaten.
“Ik weet wanneer ik klaar ben. Net zo goed als ik weet wanneer het tijd is om aan iets nieuws te beginnen.”
“Was je tevreden toen het beeld af was?”
“Ik wist dat ik klaar was. Maar er miste iets…
Ik heb haar hoger gehangen, en lager, maar dat was het niet.”
“Je hebt de zeemeermin hoger en lager gehangen, bedoel je?”
“Ja, het beeld… niet Ana.”
“Ik was moe, en vies. Ik had de hele dag doorgewerkt in de brandende zon, het was drukkend.
Ik was klaar, maar niet tevreden. Het beeld was niet af, er miste iets.”
Zo, doe daar maar eens iets psychologisch mee. Een mislukte relatie, een relatie waar iets aan schort, iets dat niet te benoemen valt.
“Ik wilde niets meer toevoegen, dat kon ook niet meer; ik had alleen nog een aluminium vlaggestokhouder, en een aluminium kampeerpannetje. Daar kon ik echt niets meer mee redden.”
 
“Ik had geen zin om te praten. We dronken rosé en keken naar het weerlichten achter de Lance.
Af en toe dacht ik een onweersklap te kunnen horen rollen. Maar het geluid van de krekels rond de caravan won het keer op keer van de donder…
Het was bladstil. Soms zag je de kam van de Lance afsteken tegen de oplichtende wolken in het Rhône-dal.”
 
“La Deaume. Het regent er vrijwel nooit. Een paar keer per jaar valt er een flinke bui.
Maar soms, heel soms, is het raak. Echt raak.
Chemin de Prés werd vier jaar geleden, op last van de prefect, gesloten en ontruimd.
Zeven caravans waren meegesleurd door het water.
Je kunt het je gewoon niet voorstellen, de bedding van de beek ligt normaal gesproken een etage lager dan het gebouwtje met het sanitair.
Ook Ana’s caravan was gaan drijven, maar haar streamliner was niet meegesleurd door de ziedende stroom. Philippe had de sleepkabel van z’n Mercedes tussen de caravan en een olijfboom gespannen om de was te drogen…
Alleen de caravans die dicht bij het toiletgebouw stonden, waren er zonder waterschade vanaf gekomen.
Alles moest weg, het terrein werd ontruimd.

Ana mocht als enige blijven, ze had een soort eeuwigdurende erfpacht.
Vanaf die zomer had ze het rijk voor zich alleen. De beheerder vond alles best, zolang hij maar niets hoefde doen.
Ze versleepte haar aluminium caravan naar het hoogste punt van het terrein. Daar staat ‘ie nu, niet ver van de wc’s in de luwte van een plataan.
Stromend water was er al snel niet meer. Ze mocht blijven, maar zonder voorzieningen.
Philippe is er nooit meer geweest.”
 
 
“Ik kon het geluid niet thuisbrengen voordat het zich herhaalde. En herhaalde.
Voordat het zich verduizendvoudigde. Hagel.
Een oorverdovende percussie op het metalen dak van de caravan.
We vluchten naar binnen, hagelstenen in onze glazen.
Die nacht lagen we wakker, lepeltje lepeltje. We luisterden naar het rondwarende onweer, soms opgeschrikt door een dreun in de buurt.
Een knetterende klap recht boven de camping, deed m’n lichaam in elkaar krimpen.
Een onwillekeurige, parende beweging.
L’orage provençale. Luisterend naar het dak, in een poging het moment te kennen waarop het geluid van de regen overgaat in dat van een nadruppende plataan, en omgekeerd.
Geen gesproken woord. Een slok rosé. Mijn arm rond Ana’s middel, mijn hand op haar borst.
Toen ik wakker schrok, was ze weg. Ze lag niet naast me.
Ik snurk. Ana lag in het logeerbed; oordoppen in.
Zelf maakt ze geen geluid. Je hoort haar niet ademen. Ik luisterde, maar het enige wat ik hoorde was de schemering.”
 
“Een paar afgewaaide takken en wat plassen op de steenachtige grond vormden het bewijs dat ik niet had gedroomd. Het was net licht, en nog fris.
Ik liep over de verlaten camping om te zien welke schade het noodweer had gebracht.
Behalve de takken en de plassen was er niets bijzonders te zien. Maar het geluid.
Het geluid was anders. Hoe kon ik dat gemist hebben net, op m’n rug, luisterend?
Ik liep naar de beek. Daar hing ze. M’n meermin, draaiend en tollend in haar strop.
Een gehangene in doodsnood. De buiten z’n oevers getreden beek voerde haar staart mee.
Haar hoofd draaide voorbij, een snelkookpan met ogen vol water.
Even keek ze me aan. Van regen doorlopen ogen en een van water vertrokken mond.
Het beeld was af. Het was een beeld van water.”
 
Ik nam een slok van m’n koffie. Lauw. Ik zat ook alweer een hele tijd te praten.
 
 
“Zoals ik al zei, ik had nog twee stukken aluminium over. Een vlaggestokhouder om aan de muur te schroeven, en een aluminium pannetje.
Toen Ana naar de stad was om brood, kaas en wijn te halen, heb ik de fitting uit een WC-lamp gedraaid. Er was daar toch al lang geen stroom meer.
De vlaggestokhouder klonk ik ondersteboven vast boven de deur van de caravan.
Het pannetje als een lampenkap er tegenaan.
Het zag er goed uit…alsof het lampje er altijd had gezeten..
Ik stelde me voor dat de lamp het kampeerterrein zou verlichten, zoals Van Gogh het caféterras in Arles had verlicht op z’n schilderij.
Ana kwam terug met vijgen, verse olijfolie, droge worst, knoflook, gedroogde tomaten, lamsvlees,
verse kruiden, geurige kazen, rode wijn, rosé, pastis en WC-papier.”
 
“Ze keek naar het lampje boven de deur. Woedend was ze. ‘Weg ermee’, zei ze.

n keer eerder had ik haar zo boos gezien.

Met een krijtje had ik ‘Oh oh, die zee’ onder de stalen letters van haar Tjalk gekalkt.
‘Weg ermee’, had ze ook toen gezegd.
M’n handschrift ging er op zich goed af, maar juist de week ervoor had ze de boeg van haar schip opnieuw in de teer gezet. Nog niet helemaal uitgehard, waarschijnlijk.
Als je het wist, en als je het wilde zien, bleef er onder de DE ODYSSEE een zweem van krijt zichtbaar.
De week erop heeft ze de hele boeg opnieuw geteerd.”
 
“Ik heb de vier klinknagels boven de deur van haar caravan uitgeboord en het lampje weggehaald.
Het ligt nog ergens in de opslag.… misschien wel leuk als leeslampje in m’n kamer?”
“Bleef ze lang boos?”
“Wat is lang…Ze heeft twee dagen niets tegen me gezegd. Me doodgezwegen.”
“Twee dagen?”
“Ja. Ze heeft twee dagen gefotografeerd. Voor dag en dauw op pad. Zonder mij.”
“Heb je enig idee waarom ze zó heftig reageerde? Het was toch goed bedoeld, dat lampje?”
“Het was lief bedoeld.
Als ik had geweten wat er die dag gebeurde daar in La Deaume, dan was ik haar niet kwijtgeraakt.
Als ik het wist, was ze nog hier.”
 
 
Deel 1.5 Schoenen
 
‘Je hebt op een gegeven moment een straatverbod gekregen.’
‘Ja.’
‘Vond je dat terecht?’
‘Ja.’
‘Ja?’
‘Ja.’
 
‘Ik had verwacht dat dit een lange sessie zou worden.’
‘Dat kan nog.’
‘Waar zou je het over willen hebben?’
‘Schoenen.’
‘Over schoenen?’
‘Ik vertel je een verhaal, en dan vertel je mij na afloop of het echt gebeurd is. Of niet.’
‘Dat is niet helemaal de bedoeling.’
‘Niet?’
‘Nee, maar goed, vertel maar.’
 
‘We kwamen in Antwerpen langs een winkeltje met tweedehands schoenen.
Vintage Footage heette het.’
‘Wanneer waren jullie daar?’
‘Met Pasen. Het was zomers warm. Zo frustrerend als de aanloop naar Goede Vrijdag was,
zo mooi waren de dagen in Antwerpen.’
 
‘Ana moest natuurlijk naar binnen. Het was een leuke winkel en een leuke verkoopster.
Maar niet voor mij.
Om de hoek was een espressobar, met een terras. Krantje erbij. Ik wilde wat gaan schrijven in het schetsboek dat Ana me had gegeven toen we uit Groningen weg reden.
Een maagdelijk schrift. De eerste pennestreek kon wel wachten.
En de krant? Ach, de krant. De zon scheen, de koffie smaakte goed.
Na drie espresso’s en een wafel stond ik op en liep ik terug naar de winkel.’
 
‘Ze vinden dat ik op een filmster lijk uit een spannende film.’
Ana straalde.’
‘Op de canapé voor de etalage zat een meisje. Net als Ana omgeven door een stapel geopende schoenendozen. Haar vriend zat er naast. Op een krukje.
“Maggie Gyllenhaal”, zei hij.
Ik kneep Ana zachtjes in haar nek.
“Dames en heren”, zei ik, “dit ís Maggie Gyllenhaal.”
Ana straalde. Ze keek naar de verkoopster.’
 
‘Ik had nog nooit van Maggie Gyllenhaal gehoord.
Toen ik haar later googlede bleek er een vebluffende gelijkenis te zijn.’
‘Ja?’
‘Ja. Het zijn allebei mooie vrouwen.
De verkoopster keek naar Ana. Ze straalde.
Tijd voor meer koffie. Je moet weten wanneer je teveel bent.’
 
‘Nog drie kwartier was er nodig om een keuze te maken.
Nooit weer heb ik Ana zo blij gezien, haar oude schoenen in een tasje van Footage.
We slenterderden verder, door de Hortus, in de richting van de Schelde.
Ik zei niets, wachtte af.
“Wat een mooie vrouw was dat”, zei Ana uiteindelijk.
Ik keek haar aan. Ze bloosde.
“Daar wordt ik gewoon blij van’, zei ze.
“Ik ook”, zei ik.
“Het is gewoon fijn dat er zulke mensen zijn”, zei Ana. “Wist je dat ze fotografeert en exposeert.”
“Nee”, zei ik, “dat wist ik niet. Ben je verliefd?”, vroeg ik.
“Verliefd? Waarom moet jij er gelijk weer etiket op plakken?”, zei Ana. “Het was gewoon een ontmoeting.”
“Geen etiket”, zei ik. “Gewoon een vraag. Verliefd?”
“Een beetje.”
 
‘Ik keek naar Ana’s tasje, met haar oude schoenen.
“Zal ik haar bellen en vragen of ze vanavond na haar werk naar ons appartementje komt?”
“Nee, dat durft ze toch niet.”
 
‘We hadden een kamer aan de Marnixplaats. Een statig uitgeleefd pand, met een oude tuin vol kersenbloesem en ontbijt in de serre.
In werkelijkheid was de slaapkamer net zo over-de-top romantisch als op de foto’s op internet.
Een schouw met de buste van Maria op een geklost kleedje omgeven door een schare kandelaars.
Het kaarslicht weerspiegeld in een weelderige, verweerde spiegel.
De staande lamp, die zo van een rommelmarkt leek te zijn weggelopen.
De gehaakte beddesprei en de mint-groene spijlen aan het voeteneinde van de twijfelaar.’
 
‘Op Witte Donderdag vluchtte Ana weg naar het Hogeland. Weg. Op haar fiets.
Onbereikbaar. Haar mobiele telefoon had ze uitgezet.
Op m’n voice-mail stond dat ze het niet durfde. Dat ze het niet kon.
Ze had nog een keer op internet gekeken, en ze kon het niet, zei ze.
Samen slapen in zo’n klein bed.’
 
‘Ik propte het matras van m’n lit jumeau dubbelgevouwen onder de voorklep van m’n kever en wachtte af.
We gingen toch.
Ana was de helft van haar spullen vergeten.
Haar shampoo en de lingerie die ze speciaal voor Antwerpen had gekocht. Het zou toch een mislukking worden.

De conciërge keek wel een beetje raar toen ik mijn eigen matras de smalle steile trap opzeulde.
Welk verliefd stelletje wil er nou niet in een twijfelaar slapen?’
 
 
‘Toen we weer thuis waren heb ik de schoenenzaak gebeld.’
‘Waarom?’
‘Ana was een paar weken later jarig.’
‘Ja?’
‘Ja.’
‘Waarom belde je?’
‘Ik heb Maria gevraagd of ze m’n cadeautje voor Ana’s verjaardag wilde zijn. Maria heette ze’
‘Je hebt haar gebeld? Echt?’
‘Dat was nou juist de vraag.’
‘Hoe reageerde ze? Wist ze wie je was?
‘Ja, ik vroeg haar of ze zich Maggie Gyllenhaal kon herinneren.’
‘En?’
‘Ja, die herinnerde ze zich heel goed. We waren een tof koppel, zei ze.
‘Hoe reageerde ze?’
‘Ze giechelde. Het was het meest wonderlijke aanzoek dat ze ooit had gehad, zei ze.’
‘Dat kan ik me voorstellen.’
‘Ze zou er over nadenken, zei ze.’
 
‘Hoe reageerde Anna?’
‘Ze geloofde me niet. Daarna werd ze boos.
Ze zei dat ik moois en puurs had bezoedeld.’
‘En was dat zo?’
‘Als Ana haar had gebeld, was ze gekomen.
‘Heeft Anna haar gebeld?’
‘Niet dat ik weet. Ik was niet op haar verjaardag.
Als ze Maria had gebeld, was ze komen logeren. We zullen het nooit weten. Althans, ik niet.’
‘Maar heb je iets puurs bezoedeld?’
‘Misschien. Misschien niet.’
 
‘Ik was er niet bijgebleven.
Je moet weten wanneer je teveel bent.’
 
 
 

This entry was posted in VKblog and tagged , . Bookmark the permalink.

31 Responses to La femme fantôme – deel 1.4 Aluminium

  1. Kiezels says:

    zeer zeer aanbevolen
    denk dat ik begrijp waarom het langer is nu
    maar ik leg mijn pauzes zelf wel
    intrigerend

  2. BarbaraJansma says:

    Erg mooi, hoe het af raakt met water…

  3. Appelvrouw says:

    ik zie de hele tijd die foto rechts in beeld van Nobuyoshi Araki .
    Zo zie ik jouw Ana poseren

  4. ghijsa says:

    na enige toelichting over de Araki-vrouw
    begrijp ik haar nog minder
    hoever moet je kruipen in de ander
    voor de beek je opneemt bij de staart
    in essentie is elke vrouw een slang
    het is haar overgave die me raakt
    of is het toch haar ver-bondenheid
    die mij verwart voordat ze wegglipt.
    de vierde vrouw

  5. Vogel-vrij says:

    @Kiezels
    Dank je!
    Waar zal ik het verhaal eens af gaan schrijven?
    Eind februari zijn we nog niet op de helft…
    @Barbara
    Ja, dat was echt een openbaring.
    Met sneeuw of ijs is het ook heel mooi.
    Maar kom daar maar eens om in La Deaume.

  6. svara says:

    met de foto hiernaast heb ik wel een extra beeld
    alhoewel ik dat beeld met snelkookpan volgens mij ook hiernaast zien staan
    dubbel dus
    maar blijft intrigeren

  7. Vogel-vrij says:

    @Appelvrouw
    Die foto staat er met een doel, inderdaad.
    Ik kreeg ’em van Ana.
    Zo moet het er ongeer uit hebben gezien, daar in La Deaume, denk ik.
    ==…jouw Ana…==
    Ze is niet van mij:-] Nooit geweest.
    @ghijsa
    Waar ligt de grens tussen overgave en verlies?
    [Als vierde vrouw heb je recht op een ongepubliceerd deel naar keuze.]

  8. Vogel-vrij says:

    @svara
    Het aluminium beeld stond in m’n widget,
    op de plek waar nu de foto van Araki staat.
    Ik hoop dat het verhaal je zal blijven boeien tot het onverwachte open eind van 1 maart:-[

  9. Appelvrouw says:

    Duidelijk een femme fatal, met zo’n mooie fotokeuze.
    Nobuyoshi Araki heeft heel wat "boeiende" foto’s gemaakt.

  10. ghijsa says:

    mocht er een grens zijn, zie je hem waarschijnlijk pas achteraf
    maar als ik een grens naar keuze mag dan ga ik voor de dood (als concept)
    en als tweede keus (met permissie) het verorberd worden door de beek

  11. Vogel-vrij says:

    @Appelvrouw
    Ik kende het werk van Araki wel,
    maar op een ansichtkaart in je brievenbus is het toch anders dan in een fotoboek in een museumwinkel.
    @ghijsa
    Je ziet hem inderdaad pas op het moment dat je hem passeert.
    Ik zal eens kijken of ik je keuzes nog in het vehaal kan verwerken
    Zo niet, dan wijd ik m’n volgende verhaal geheel aan jou.
    Maar waarschijnlijk zitten beide keuzes al lang en breed ergens in het verhaal verstopt…

  12. vuurjuffer says:

    dit vind ik de moeite van het herlezen waard

  13. svara says:

    en wat doen we nu met die themapizzakeukendag?

  14. maria-dolores says:

    ‘k zat verstrikt in de netten van het VKblog.
    maar la femme fantome gaat gewoon verder…

  15. Beeldsprekers says:

    Die zeemeermin die weet ik nog, dus dat is Ana!

  16. op zoek naar morgen says:

    Ik zal je verhalen missen Vogelvrij. Waar ben jij straks te vinden?

  17. paco painter says:

    Ja, waar ben jij straks te vinden

  18. Vogel-vrij says:

    @vuurjuffer
    Dank je wel.
    Ik heb het ongeveer een jaar geleden geschreven.
    En het een tijd laten rusten, om te zien of ik het zelf wel goed genoeg vond.
    Ik ben er blij mee. Het is toen echt uit m’n tenen gekomen.
    @svara
    Die komt er!
    Je zal verbaasd staan over het hoe en wat.

  19. Vogel-vrij says:

    @maria
    Ik ga het verhaal zeker afmaken.
    Waar en hoe, daar denk ik nog even over na.
    @Beeldsprekers
    Ja, dat is Ana.
    Ik heb de foto weggehaald zodat iedereen zijn eigen beeld kan vormen.

  20. Vogel-vrij says:

    @op zoek naar morgen & paco
    Die verhalen gaan wel door:-) Komt wel goed.
    Ik laat wel weten waat ik zit voor hier het licht uitgaat.

  21. Pilgrimheart says:

    @Vogelvrij: Ik ben juist razend nieuwsgierig naar de foto! Had hem er graag bij gehad. Het gegeven dat je van je geliefde een zeemeermin maakt – een vrouw zonder vagina – is natuurlijk voer voor psychologen, seksuologen.. en mensen zoals ik.

  22. Vogel-vrij says:

    @Pilgrimheart
    Ongetwijfeld is er een hele branche die los zou kunnen gaan op een ‘fruitcake’ zoals ik:-)
    De zeemeermin komt ook in een ander verhaal voor dat op m’n blog staat. De Grens.
    Het is geen metafoor voor sexloosheid, of het ontbreken van sex.
    [Dat kun je hierboven lezen.]
    Een zeemeermin komt uit een andere wereld, ze komt uit zee.
    Slechts ten koste van enorme opofferingen en met heel veel pijn kan ze zich handhaven aan land.
    Het sprookje van Andersen over de kleine zeemeermin verteld een eeuwenoud verhaal over een onmogelijke keuze.

  23. Trektocht says:

    Ik zit hier alleen maar met mijn bek open te wachten op mijn werkelijkheid maar liever het vervolg hier op!

  24. Vogel-vrij says:

    @Trektocht
    Ik zal het verhaal elders voort moeten zetten.
    Maar ik laat je natuurlijk weten waar.
    Groet

  25. Kati67 says:

    Ook ik kan niet wachten op t vervolg… en wil ook heel graag weten waar! Ben er zelf nog niet uit of ik elders opnieuw ga beginnen.. mijn 3e blog… zal iedereen zo gaan missen.. het was hier toch stukken leuker dan waar ik eerst zat… *zucht*

  26. Vogel-vrij says:

    @Katie
    Ik houd je op de hoogte waar ik heen ga!

  27. verbaas says:

    Schön, met een randje, zo heb ik het het liefst.

  28. Vogel-vrij says:

    @verbaas
    Dank je wel.
    Het wordt wellicht nogSchön, en op het randje

  29. galadriel says:

    wat een vrouw…wat een zoektocht…wat een toewijding

  30. ghijsa says:

    afgetrainde vazen
    de wind er rakelinks langs
    niet alleen de noten zijn hier te horen
    maar vooral de rust er tussen

  31. Vogel-vrij says:

    @galadriel
    Dat hadden mijn woorden kunnen zijn…:-!
    @ghijsa
    Dromend van een droom
    zich te vleien in een dal van rust….

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s